Het Lied van Vonk de Vreemdeling

Rígsthula is een mythisch oorsprongsverhaal dat de ordening van de menselijke samenleving presenteert als vanzelfsprekend en goddelijk verordend: de maatschappelijke orde, standen, normatieve genderrollen en de erfelijkheid van status. Juist daarom vraagt de tekst om een hervertelling, nu de wereld is veranderd en inclusieve verhalen nodig zijn die aansluiten bij het hier en nu.

In oktober vorig jaar verscheen Toen Thor het nog liet donderen. Verhalen over de goden van het Hoge Noorden, een geïllustreerde hervertelling van de Noordse mythologie. Het is een kinderboek, maar ook als volwassene vond ik het een plezier om te lezen. Schrijfster Bette Westera weet de verhalen boeiend te vertellen, met hier en daar een grappige twist. De tekeningen van Annemarie van Haeringen voegen echt iets toe.

In haar versie blijft de Rígsthula dicht bij het oorspronkelijke verhaal. Dat geeft een beeld over de samenleving van toen, maar ik merkte dat ik iets miste. En dus klom ik zelf in de pen. Wat volgt is mijn beknopte, inclusieve, diverse hervertelling.

Het Lied van Vonk de Vreemdeling, door Frigga Asraaf

In het mooie Midgaard begaf een ase
zich onder de mensen.
Vonk de Vreemdeling noemde hij zich.

Hij bezocht een echtpaar, zilvergrijs van ouderdom.
De deur van hun woning stond wagenwijd open.
Hij trad binnen,
er brandde een behaaglijk vuur,
en ontmoette Oeropoe en Oeropa.

Zij zaten in de zon en vertelden verhalen,
deelden hun levenswijsheid met genoegen.

De vreemdeling werd vriendelijk
welkom geheten,
van voedsel voorzien, vers brood,
soep en andere smakelijkheden.

Na de dis legden zij zich
voldaan te rusten
Vonk in het midden.
Drie nachten achtereen,
toen trok hij verder op zijn tocht.

Negen maanden nadien
baarde Oeropoe drie borelingen.

Hij kwam bij een koppel, kien en koen.
De deur van hun woonstee stond open.
Hij trad binnen,
er brandde een behaaglijk vuur,
en ontmoette Grootouder en Grootouder.

Beide waren blijmoedig bezig,
met snijden van hout en spinnen.

De vreemdeling werd
vriendelijk welkom geheten,
van voedsel voorzien, vers brood,
soep en andere smakelijkheden.

Na het maal legden zij zich
voldaan te rusten
Vonk in het midden.
Drie nachten achtereen,
toen trok hij verder op zijn tocht.

Negen maanden nadien
werden bij Grootouder en Grootouder
een een- en een tweeling geboren.

Hij stuitte op een stel, frank en vrij.
De deur van hun woning stond wagenwijd open.
Hij trad binnen,
er brandde een behaaglijk vuur,
en ontmoette Ouder en Ouder.

Samen teelden zij groenten en graan.
Welgemoed wrochten en werkten zij.

Wederom werd de vreemdeling
vriendelijk welkom geheten,
van voedsel voorzien, vers brood,
soep en andere smakelijkheden.

Na het eten legden zij zich
voldaan te rusten
Vonk in het midden.
Drie nachten achtereen,
tot hij verder trok op zijn tocht
richting de Regenboogbrug.

Negen maanden nadien
baarde Ouder drie borelingen.

Elke telg was welkom en gewenst.
Samen groeide de negenling op
kreeg alle kans zichzelf te zijn.
Zij stoeiden en speelden naar hartelust.
Leerden lief en leed te delen,
kunde en kennis naar kunnen
en maakten zich vele vaardigheden eigen.
Vol vuur leerden zij te leven.

Adem en geest,
kleur en gelaatstrekken
waren al door goden gegeven
aan de mensen van Midgaard.
Bezieling werd bevrucht
door de vonk van de vreemdeling.