Landgeesten

© Michiel de Nijs 2009

Soms kom ik ze tegen wanneer ik wandel in het bos dat delen van het duingebied bij de plaats waar ik woon bedekt: kabouters, wezens met een lange baard en een puntig hoofddeksel die vrij veelvuldig voorkomen in de Nederlandse folklore. De exemplaren die ik dan tegen kom zijn in werkelijkheid uitgezaagd uit boomstronken, maar ze zijn een weerspiegeling van de verhalen die hier over een lange tijd steeds weer verteld zijn en voor een deel uiteindelijk in de sagenboeken, die aan het eind van de 19e en begin 20e eeuw in Nederland opgetekend zijn, terecht zijn gekomen. Over het algemeen zit wereldwijd de lokale folklore vol met allerlei soorten lagere mythologische wezens, zoals sommige mythologen de kabouters en andere in de natuur levende wezens noemen.

De benaming ‘landgeesten’, of eigenlijk landvættir, zoals ze in het oudijslands genoemd worden, is van IJsland afkomstig. Daar verschijnen ze in sommige saga’s en volksverhalen als de wezens die de IJslanders tegen kwamen toen ze hun land koloniseerden en die sindsdien langdurig een levendige rol in het lokale volksgeloof hebben gespeeld. Hoewel het geloof daar terplekke wellicht sterker is geworden door de tot de verbeelding sprekende natuurlijke eigenschappen van IJsland, kunnen sporen van geloof in gelijksoortige geesten door de gehele Germaanse wereld gevonden worden. Allerlei soorten natuur bewonende wezens die verbonden schijnen te zijn met kenmerken van het landschap, zoals heuvels, dalen, bossen, enzovoorts komen voor in volksverhalen in heel Noordwest-Europa. Ze verschijnen als kabouters, elfen, trollen, reuzen of vergelijkbare wezens. Gewoonlijk is de vorm die zij aannemen in de verhalen, en voor mijn geestesoog wanneer ik contact met ze verzoek te leggen, in overeenstemming met de omgeving waarin zij gevonden kunnen worden. Reuzen en draken zijn meestal verbonden aan een wat grotere landschapsvorm, zoals een heuvel, een berg of soms zelfs een heel eiland of schiereiland. Trollen leven meestal in duistere en schaduwrijk plaatsen zoals grotten en ravijnen. En er is een grote groep wezens, zoals kabouters en elfen, die de bossen schijnen te bevolken.

De verhalen over landgeesten lijken zich over het algemeen te concentreren op landschappelijke fenomenen die opvallen binnen hun onmiddellijke omgeving. Het zal vaker spoken rond een vrijstaande boom, dan rond een boom die deel uit maakt van een heel bos. Meestal is het in een eenzame heuvel of berg, dat een draak of reus leeft of leefde. In mijn eigen ervaring voel ik inderdaad een veel sterkere mate van aanwezigheid bij zulke plaatsen, zoals naar ik verwacht voor veel mensen het geval zal zijn.
Mijn uitleg voor dit laatste is dat landgeesten sterk verbonden zijn met de identiteit van een plek. Een boom, heuvel of ander landschappelijk fenomeen dat opvalt in zijn omgeving zal gemakkelijker worden herinnerd. Het heeft met andere woorden een sterkere identiteit. Plaatsen die gemakkelijker herinnerd worden zullen eveneens vaker een belangrijke rol spelen in verhalen.
De atmosfeer die rond een bepaalde plek hangt speelt natuurlijk ook een belangrijke rol. Vaak geven opvallende plaatsen of landschapsvormen ons zelfs een wat ongemakkelijk gevoel, vooral wanneer de weergoden hun rol als licht- en geluidsman van de natuur op de meest dramatische wijze spelen. Het is mijn overtuiging dat het precies op deze wijze is, dat verhalen over spookverschijningen blijven plakken aan dergelijke plaatsen.

Landgeesten blijken dus te zijn verbonden met de identiteit van een plek. Hoe sterker deze identiteit is, hoe sterker het gevoel van aanwezigheid, het gevoel dat er daadwerkelijk landgeesten zijn, zal zijn. In dit licht is het denk ik interessant om een begrip waarover ik gedurende mijn studie op het gebied van de landschapsarchitectuur geleerd heb naar voren te roepen: de genius loci.

Letterlijk betekent deze term ‘geest van de plek’. Tegenwoordig wordt hij gebruikt om de identiteit, de bezieling van een bepaalde plaats te benoemen. De oude Romeinen gebruikten deze term aanvankelijk voor een soort beschermgeest, eentje die een bepaald persoon beschermde en gelijkenis vertoont met de Noordse fylgja. Later ontwikkelde de genius loci zich tot een geest die een bepaalde plek of een huis beschermde. Als zodanig verschilt hij niet heel veel van de Germaanse huis- en landgeesten. In sommige verhalen schijnen zij het stuk land waarmee zij verbonden zijn en alles wat daar leeft, inclusief de mensen, te beschermen. Een sterk voorbeeld hiervan is het verhaal in Landnámabók waarin de Deense koning Harald Gromsson, wanneer hij van plan is IJsland in te nemen, een tovenaar opdraagt naar dit land toe te reizen en hem te vertellen wat hij daar aantreft. Wanneer hij bij de kust van IJsland aankomt ziet hij dat het land vol landgeesten zit. Als hij aan land probeert te komen wordt hij aangevallen door een draak, een adelaar, een stier en een reus op elk van de vier windstreken van het eiland.

Maar gewoonlijk worden de landgeesten in de verhalen niet zo behulpzaam voorgesteld. In veel gevallen lopen de ontmoetingen tussen mensen en geesten erop uit dat de mensen weggejaagd, gevangen genomen of zelfs gedood worden. Dit is vooral het geval wanneer het gaat om landgeesten die verbonden zijn aan plaatsen die buiten de dagelijkse omgeving van de mensen liggen, je zou het Utgard kunnen noemen. Van landgeesten wordt gezegd dat ze mensen in moerassen en grotten lokken. Door hen verdwalen mensen in het bos, enzovoorts. Waarom zouden ze dit doen, als we er vanuit gaan dat dit ook voor de echte wereld geldt? Ik denk dat dit is omdat we in die gevallen gewoonweg indringers in hun land zijn. Wij verstoren hun rust en wanneer we ergens blijven, hun levens. Veel mensen komen ergens aanstampen alsof de plek van hen is. Dat deden mensen in het verleden al, maar nu gebeurt dat nog veel meer. Wanneer je dat doet zou het wel eens zo kunnen zijn dat de natuur, het land, of de landgeesten, zich tegen jou keren. Wanneer je een moeras instapt alsof het je achtertuin is, zou je zomaar kunnen verdrinken. Je wordt het water in gelokt, om het met de woorden van de verhalen te zeggen.

Maar zelfs wanneer je ergens in harmonie met de landgeesten leeft zou het kunnen dat ze zich tegen je keren door de daden van een ander. Hiervan getuigt een vertelling in Egil’s Saga. Vanwege zijn geschil met koning Erik Bloedbijl richt de hoofdrolspeler Egil op het eiland Herdla, waar koning Erik zijn huis staat, een nidstang (“vloekpaal”) op, terwijl hij de volgende woorden spreekt:

“Hier richt ik een nidstang op tegen koning Erik en koningin Gunhilde – en ik richt deze tegen alle beschermgeesten van dit land, zodat ieder van hen verdwaald, hun woonplaatsen nooit zullen vinden, totdat ze koning Erik en koningin Gunhilde van dit land hebben verdreven.”

Uit de woorden van de vloek wordt duidelijk, dat deze voornamelijk bedoelt is om de landgeesten van streek te brengen, zodat zij Egils tegenstander van het land weg zullen jagen. In het verhaal lijkt de vloek te werken. Kort na deze gebeurtenis verlaat koning Erik het land en vertrekt naar Engeland om zich daar te vestigen.

De manier waarop de landgeesten geportretteerd worden en de wijze waarop ze in de verhalen die hierboven genoemd zijn handelen komt grotendeels overeen met mijn persoonlijke visie op hen. Ik beschouw het als verstandig om een goede relatie te onderhouden met de landgeesten die deel uitmaken van de plaats waar ik woon en ook met diegenen die de plaatsen bewonen waar ik een tijdje verkies te verblijven. Een van de eerste dingen die ik deed toen ik kwam wonen waar ik nu woon, was het uitvoeren van een klein ritueel om mij aan de landgeesten die hier zijn voor te stellen en hen te eren.
Zelfs wanneer je de landgeesten niet als echt bestaande wezens beschouwd, is het een aardige manier om een band te scheppen met de plaats waar je leeft, zodat je je er echt mee verbonden voelt. Een manier om deze band te onderhouden en versterken is zoals ikzelf doe af en toe wat melk, bier, mede of voedsel aan hen te offeren.
Voor mijzelf is het scheppen en onderhouden van een band met de landgeesten een goede manier om me te verbinden met de plaats waar ik leef of de plek waaraan ik een bezoek breng. Door de manier waarop in mijn overtuiging de landgeesten verbonden zijn met de identiteit van een plek, kan dit mij helpen om een goed begrip van de plaats te krijgen. En dat op zijn beurt helpt mij weer om meer betrokken te raken bij de plek en me er meer op mijn gemak te voelen, zoals het wellicht voor meer mensen kan werken. Je zou kunnen zeggen dat de landgeesten op een symbolisch en wellicht energetisch niveau werken als een soort tussenpersoon of interface tussen mensen en het land.

Oorspronkelijk verschenen in het Engels in “Meeting the landwights” in het IASC magazine, van dezelfde auteur.