Heimdal © Hella 1998
 
ARTIKELEN
GEDICHTEN
LIEDEREN
VERHALEN
ALLERLEI
Jasper schopte tegen zijn dekbed. Hij kon niet slapen ook al was hij nòg zo moe. Hij moest steeds maar denken aan vanmiddag op school. De Juf had de sommen wel drie keer aan hem uitgelegd maar hij snapte ze nog steeds niet. De antwoorden van de sommen van de vorige keer had hij uiteindelijk overgeschreven van Paul. Paul was zijn beste vriend. Toen had de Juf het hem ook al een paar keer uitgelegd en Paul had het ook nog eens geprobeerd. Maar het hielp niet en nu hadden ze vandaag alwéér van die rotsommen gehad.
Jasper gaf nog een trap tegen zijn dekbed. Hij was boos. Boos op de sommen en boos op zichzelf. Iedereen in de klas snapte die sommen. Dan konden ze toch niet zo moeilijk zijn? Dan moest hij ze toch zeker ook kunnen begrijpen? Hij was toch zeker niet dom! Hij sloeg met een vuist hard in zijn kussen. Er begonnen tranen achter zijn ogen te prikken. Hij rolde zich op en trok het dekbed over zich heen. Niemand hoefde te zien dat hij huilde.

Uiteindelijk viel hij in slaap. Hij droomde dat hij op een berg stond en dat vlak voor zijn voeten een grote regenboog begon. Het leek of de regenboog hem uitnodigde en Jasper begon te klimmen. Hij kwam bij een huisje en naast dat huisje stond een man met witte kleren. 'Wit, daar zitten alle kleuren van de regenboog in,' dacht Jasper.
'Kom,' zei de man.
Ze gingen allebei zitten en keken een tijdje naar het mooie uitzicht.
'Je hebt een heleboel moeilijke sommen,' zei de man toen. 'Zullen we ze één voor één doen?' En hij begon te vertellen. Heel anders dan de Juf en heel anders dan Paul. En tot zijn stomme verbazing merkte Jasper dat hij deze uitleg wèl kon begrijpen. Het gekke was dat de man ook vertelde over dingen die er helemaal niets mee te maken leken te hebben maar dat juist die dingen hem heel goed hielpen om de sommen beter te kunnen snappen.
'Hij moet vast heel knap zijn,' dacht Jasper.
'Het is een van mijn taken om kennis aan de mensen te brengen,' zei de man, alsof hij zomaar wist wat Jasper dacht. 'Drie sommen is wel genoeg voor vandaag,' zei hij. 'Morgen weer een paar.'
En voor Jasper verder nog iets kon zeggen, voelde hij dat hij langs de regenboog naar beneden gleed en precies in zijn bed terechtkwam.

Jasper droomde misschien wel die hele week van de regenboogbrug en de man die daar zijn huisje had, ook al kon hij zich lang niet elke ochtend meer herinneren dat hij gedroomd had.
Het ging steeds beter op school. De droom kwam niet meer terug. Jasper wist nu hoe hij zelf nieuwe sommen kon aanpakken.
Toen de Juf hem een keer vroeg of hij bijles had gehad zei hij alleen maar 'ja'. Maar met handarbeidles maakte hij van vliegerpapier een mooie regenboog die hij op zijn kamertje voor het raam zou hangen. En als je heel goed keek, kon je zien dat er een wit figuurtje op stond.

uit: Kwartaaltijdschrift 'Balder', Midzomer 1998, nummer 4

This site maintained by: Draak         All site content © Het Rad
Site last updated on: