Al jaren ligt er een stenen-stapeltje voor de land- en watergeesten in mijn huiskamer en er ligt er ook eentje in mijn achtertuin. Daar heb ik al een aantal keer over geschreven in verschillende artikelen. Het stapeltje binnen is naast eerbetoon aan de land- en watergeesten ook een persoonlijke krachtplaats voor mij. Buiten is het een meer algemene stenenstapel. Beide stapeltjes bestaan uit stenen die ik zelf van allerlei plekken en uit allerlei landen heb meegesleept. Ook zijn een paar stenen door voor mij meegenomen van bijzondere plaatsen. Zo ligt er buiten ondermeer een stukje van de Žingvellir in IJsland dat ik heb gekregen van iemand die IJsland eens bezocht heeft. Er ligt zelfs een stukje uit de Himalaya tussen dat ik meegenomen heb toen ik jaren geleden in Nepal door de bergen heb gewandeld. Dat was lang voor ik me met landgeesten bezig ging houden, maar ik heb dat stukje grijze steen wel altijd bewaard. Van een aantal stenen kan ik me nog goed heugen waar ze vandaan komen, en ik verbind in een aantal gevallen prettige herinneringen aan een blot en de mensen die er aan deelnamen mee. Van anderen ben ik ondertussen vergeten waar ik ze ooit ben tegengekomen.
Waar ik ben vraag ik de landgeesten of de watergeesten om een vertegenwoordiger en vervolgens wacht ik rustig af of er een kiezel of een keitje is dat zich aandient. Meestal is dat wel het geval. Mijn oog valt er dan op, of ik schop er met mijn voet tegenaan. Stenen hebben zo hun eigen wijze om zichzelf kenbaar te maken.
Eenmaal thuisgekomen stel ik de steen voor aan de steenstapel die ik al in gedachten had en bijna altijd heb ik goed ingeschat bij welke stenenstapel ze willen. In een enkel geval geeft de steen te kennen bij het andere steenstapeltje te willen en dan luister ik daar ook naar.
Op het Keltfest 2008 zag ik in een kraam een paar beeldjes staan die mijn aandacht trokken. Ze waren slecht 13 centimeter hoog, van hun tenen tot het puntje van de hoedjes. Eentje daarvan was een manneke met een licht groene huid en diervormige oortjes, een stok in zijn handen, een lange, witte baard die tot op zijn voetjes hangt en op zijn hoofd een echte punthoed. Onder zijn hoed vandaan priemen twee heldere kraaloogjes. Ik vond het wel een landgeesten-mannetje en besloot het beeldje aan te schaffen.
Eenmaal thuis vroeg ik me af waar het te plaatsen. Het meest voor de hand liggende kwam in het begin niet eens in me op. Maar het kwartje is toch nog snel gevallen, waarschijnlijk dankzij het manneke en de stenen zelf. Hij staat nu bovenop het stenenstapeltje, alsof het er voor gemaakt is. Dit soort dingen blijven me verwonderen. Vanaf het moment dat ik het beeldje er bovenop plaatste veranderde er iets. De kracht van de stenenstapel nam toe en was duidelijk voelbaar aanwezig. Mijn ratio wil natuurlijk begrijpen wat er gebeurde. De verklaring die ik bedacht heb is het volgende: voorheen lagen de stenen, allemaal vertegenwoordigers van land- en watergeesten maar een beetje bij elkaar te liggen. Door het beeldje erbij te zetten is er iets dat de aanwezige krachten in de stenen kan bundelen en laten samenwerken. Zoals gezegd: het is overduidelijk merkbaar. Natuurlijk zegt dit helemaal niets over hoe zon piepklein beeldje, het is ongeveer 15 centimeter hoog, de verandering die plaatsvond heeft kunnen bewerkstelligen. Mijn ratio wil dan nog wel eens blijven sputteren, maar men is animistisch of men is het niet hou ik mezelf dan maar voor.
Mijn eigenwijze poezendametje heeft er haar goedkeuring aan gehecht toen ze het manneke voor de eerste keer opmerkte. Na een paar keer aarzelend haar pootje naar hem uitgehaald te hebben, zonder hem daarbij aan te raken, leek ze te bedisselen dat het geen prooi was. Na even neus aan neus gestaan te hebben, besloot ze het erbij te laten en ging op zoek naar haar balletje.
Het manneke lijkt volkomen op zijn gemak, bovenop de grootste steen staande, met zijn ene arm losjes in de zij. Om, op en tegen deze steen liggen de andere kiezels en keitjes opgestapeld. Ik geniet ervan hem zo te zien staan en ervaar de kracht die nu van de stenenstapel uitstraalt als prettig. Wellicht kom ik ook nog eens een stenenstapel-manneke voor mijn stenenstapeltje buiten tegen. Tot die tijd is mijn binnen-stenenstapelmanneke vast wel bereid er een oogje op te houden.