In 1646 werd, na een zware storm, op het strand van Domburg een aantal grote stenen ontdekt. Het bleek om votiefaltaren te gaan uit de Romeinse tijd en bijna alle inscripties waren gewijd aan een tot dan toe onbekende godin Nehelennia. De enige andere plaats waar twee aan Nehelennia gewijde altaarstenen gevonden zijn is Deuts, bij Keulen. Omdat daar verder niets gevonden is neemt men aan dat dit stenen zijn die daar vervaardigd zijn, maar nooit hun plek van bestemming bereikt hebben (Domburg of Colijnsplaat). Ook in deze eeuw zijn vondsten gedaan. Schipper K.J. Bouten uit Tholen trof tijdens het vissen in de Oosterschelde, vlakbij Colijnsplaat, vier brokken steen in zijn netten aan. Dr. P. Stuart uit Leiden heeft vastgesteld dat het hier ging om twee altaren uit de Romeinse tijd. Ook deze stenen waren aan Nehelennia gewijd. Het leek erop dat deze stenen resten waren van een heiligdom voor Nehelennia, dus werd besloten tot verder onderzoek. In totaal zijn ca. 200 altaarstenen opgevist. Deze vondsten tonen aan dat er in de Romeinse tijd een heiligdom voor Nehelennia heeft gestaan op de oever van de Oosterschelde nabij Colijnsplaat. Een aantal van deze votiefaltaren is te bezichtigen in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden en in het Zeeuws museum te Middelburg.
Voordat de kooplieden die deze stenen hebben laten vervaardigen aan hun handelsreizen begonnen, brachten zij een bezoek aan de tempel. Zij vroegen Nehelennia hen te beschermen tijdens hun zeereis naar Engeland. Na hun behouden thuiskomst offerden zij dan een altaarsteen met daarop een afbeelding van Nehelennia (vaak een zittende vrouwenfiguur met een mand met appels en een hond aan haar voeten), de naam van de gever, en meestal de reden waarom de altaarsteen was geschonken. Op veel van dit soort stenen vindt men de afkorting V.S.L.M. Votum Solvit Libens Merito. Dit is een vaste wijdingsformule die inhoudt dat de schenker zijn gelofte inloste 'gaarne en met reden'. De godin was om een gunst gevraagd en daar werd de belofte tegenovergesteld dat als de wens in vervulling gegaan was zij geëerd zou worden door de schenking van een monument.
Wetenschappers zijn er nog steeds niet uit wat haar naam betekent. In de 17de eeuw kwam men met een aantal fraaie verklaringen. Zo ontsproten aan het fantasierijke brein van Huygens de volgende verklaringen die met visserij te maken hebben: 'Net hael inne' of 'Nieuw hael inne', maar ook 'Pas gevangen' of 'Pas gezouten' wat hij uit een Grieks woord meende te kunnen afleiden. De Fransman Claude de Saumaise die sinds 1631 hoogleraar te Leiden was, kwam met de suggestie dat haar naam misschien afgeleid zou kunnen worden van de plaatsnaam Nehal 'Nieuwe Markt' (Halle).
Ook is de naam etymologisch bekeken op een meer wetenschappelijke manier. In 'Altgermanische Religionsgeschichte' van Jan de Vries zijn de volgende veronderstellingen te vinden: de naam kan afgeleid zijn van het bijwoord neihan en is zo te verklaren als 'de vriendelijke schenkster'. Een andere mogelijkheid is neho + halenî 'zij die de doden koestert'. Meer waarschijnlijk is afgeleiding uit de Germaanse taalelementen *nehwa-lennio-. Deze elementen betekenen samen 'behulpzaam', 'dichtbij treden', 'beschermend', 'behulpzaam naderend'. In combinatie met het beveiligende karakter van de godin (zij stond immers borg voor een behouden zeereis tussen het continent en Britannia) lijkt deze verklaring aannemelijk.
Het is mijn persoonlijke mening dat Nehelennia dè Vrouwe van de Lage Landen is. Zij is de godin van de zee,
het land, en van vruchtbaarheid. Niet veel van de goden en godinnen zijn zo sterk verbonden met een bepaald land. Waar Wodan als zwerver meer verbonden is met mensen, heeft Nehelennia een sterkere band met het land. Mijn nauwe samenwerking met beide goden heeft mij geleerd dat ze zeer aan elkaar gewaagd zijn. Met Nehelennia deel ik mijn liefde voor het land. Wodan brengt mij het evenwicht tussen het land en de mensen.
Nehelennia wordt wel gezien als een vriendelijker vorm van Hella, maar het zijn twee verschillende godinnen.
Deze theorie is ontstaan om dat beide met de dood te maken hebben. Nehelennia is ook godin van de dood en niet zoals Hella de godin van het dodenrijk. Mijns inziens begeleidt een godin van de dood degene die overgaat tijdens en vlak na het sterven. Hella, als heerseres over het dodenrijk, ontvangt daarentegen de overledenen in haar hal.
Naar mijn mening is Nehelennia al heel oud en was ze al godin van de Lage Landen voor de Asen en de Wanen hier kwamen. Het is geen gemakkelijke godin, maar haar liefde voor haar land en alles wat daarbij hoort is groot. Ik kan niet anders zeggen dan dat ze recht door zee is, als ze iets wil maakt ze dat kort maar krachtig duidelijk. Het beeld wat ik van haar heb is dat van een volslanke vrouw, gekleed in een lang gewaad in blauw/groene tinten.
Daar waar land en water samenkomen werd zij vereerd. Dat wil zeggen: de kustgebieden. Om deze godin te leren kennen en te gaan begrijpen is het nodig eens naar ons eigen land te kijken. Nederland is een land van twee elementen: aarde en water. Hierdoor is het voor velen van ons moeilijk uit te maken of we bij het water of bij het land horen. Aarde en water kunnen niet zonder elkaar, maar horen samen te werken. Voor onze voorouders was het water deels een bedreiging en in de loop der tijden zijn de Nederlanders er over het algemeen zeer goed in geslaagd het water onder controle te krijgen. Denk maar aan alle dijken, sluizen en gemalen die er gebouwd zijn om het land tegen het water te beschermen. Daar is op zich niets op tegen, maar tegenwoordig gaat het wel erg ver en krijgt het water bijna geen kans meer z'n eigen weg te zoeken. De rivieren mogen hun eigen loop niet meer bepalen, maar worden gedwongen binnen de dijken te blijven. Dijken die steeds groter en zwaarder worden gemaakt met weinig of geen respect voor de natuur. Alhoewel er gelukkig een kentering is. Er gaan steeds meer stemmen op het water weer ruimte te geven. In sommige gevallen krijgen de rivieren al wel weer de kans vrijer te stromen. Ook is al op twee plaatsen een bres in de duinen geslagen waardoor de zee haar spel met het land weer kan spelen. Er is zelfs sprake van om de sluizen in het Haringvliet open te stellen voor het zelfde doel.
Door de eeuwen heen is het land samen met de natuurgeesten in slaap gevallen, doordat de aandacht van de mensen verminderde. Een van de redenen hiervoor is de opkomst van het Christendom, een religie die sterk verschilde van de heidense natuurreligie. De beheersing van het water en het bouwen van dijken e.d. spelen ook een rol. De toenemende industrialisatie in de negentiende eeuw verzwakte de spirituele relatie van de mens met de natuur nog verder. Steeds meer land werd in gebruik genomen voor agrarische doeleinden. De verstedelijking trad op, hetgeen in deze eeuw geresulteerd heeft in het feit dat steden en dorpen tegen elkaar aan groeiden, vooral in de Randstad. Veel natuur is er niet meer over. Vanuit de lucht gezien lijkt Nederland wel op een schaakbord: rechthoekige weilanden van elkaar gescheiden door rechte sloten.
Al deze elementen hebben een ongunstige invloed gehad op de verhouding tussen mens en natuur. De natuur waar we uiteindelijk wel allemaal deel van zijn. Al deze elementen hebben geleid tot deuren die stevig op slot zitten en de sleutels van deze deuren zijn zoek geraakt. Het is aan ons deze sleutels weer op te sporen. Deuren weer te openen en te ontdekken wat zich achter die deuren bevindt: de goden, de voorouders, de wijsheid van het land, respect voor Moeder Aarde, normen en waarden enz. Gelukkig zijn niet alle deuren in het slot gevallen, sommige staan nog op een kier. Niet alles is verdwenen of vergeten. Sommige sleutels zijn al terug gevonden, maar we zoeken door tot we alle sleutels weer gevonden hebben
Hier komt de Zwerver om de hoek kijken. Wie kan ons beter helpen de ketenen te verbreken, de deuren weer te openen dan Wodan? Hij was het die de weg naar de Noordse Traditie voor mij opende. Hij was het die me leerde te dromen over wat zich achter de deuren bevindt. Maar het is Nehelennia die mij toont waar de sleutels te vinden zijn. Ze vertelde me naar het strand te gaan en het spel van de zee, soms gevend, soms nemend, gade te slaan. Zij leert me het water weer te vertrouwen, het eeuwige spel tussen land en water weer te waarderen. Zoals Donar ons leert de reuzen in ons zelf te verslaan, zo kan Nehelennia ons leren de dijken in onszelf door te steken.
Bronnen:
- De Romeinse tijd in Nederland - Marijke Brouwer
Rijksmuseum van Oudheden
De Bataafse Leeuw, Amsterdam 1993
- Nehalennia - dr. P. Stuart
AO-boekje 1340 Stichting IVIO, Amsterdam
- Altgermanische Religionsgeschichte, Band I en II - Jan de Vries
Walter de Gruyter & Co., Berlijn, 1956, 1957
- Leaves of Yggdrasil - Freya Aswynn
Llewellyn Publications, St. Paul, USA, 1990
ISBN 0-87542-024-9