Een eigen kijk op animisme © Frigga Asraaf 2008
 
ARTIKELEN
GEDICHTEN
LIEDEREN
VERHALEN
ALLERLEI
Het begrip animisme stamt van het latijnse woord anima, ‘ziel’, en staat voor een denkwijze die aan alle dingen een ziel toekent. Zelf ben ik dubbel als het om animisme gaat. Ik noem mezelf nog weleens een animist, maar het gaat me te ver om werkelijk aan alles een ziel toe te kennen. De stoel waar ik op zit zou bezield zijn? De kleding die ik draag en het bord waar ik van eet, hebben die een ziel? Dat gaat er gewoon niet in. Het zou af te doen zijn met het westerse rationele denken waarin ik opgegroeid ben als er niet een maar is die telkens weer opduikt naar twee kanten. Ik ben er namelijk wel van overtuigd dat bijvoorbeeld elke computer anders is en dat het zaak is zo’n machine te leren kennen. Rekening houden met de eigenaardigheden en soms de grillen van een pc kan volgens mij het een en ander aan problemen voorkomen. Het is mij niet vreemd om m’n pc vriendelijk of vinnig toe te spreken, al naar gelang het ding juist wel of niet meewerkt.
Voor mij is het logisch een computer rustig te laten opstarten en pas als hij daarmee klaar is programma’s waar ik mee aan de slag wil te gaan openen. Anderen die wel eens achter mijn pc zitten hebben dat geduld niet, meer waarschijnlijk: het komt niet eens in hen op. Ze beginnen al van alles te doen voor de pc uit gerateld is, voor mij het teken dat ie klaar is voor gebruik. Soms erger ik me daar zelfs aan, want mijn ‘arme’ pc’tje. Dan voel ik me weleens gestoord en hou wijzelijk mijn mond erover om niet voor gek versleten te worden.

Ik maak denk ik een onderscheid tussen levend en levenloos. Alle levende wezens, dus ook planten en dieren, hebben een ziel. Vraag me echter niet hoe bezield virussen en bacteriën zijn, maar dat terzijde. De mate van bewustzijn van de verschillende levensvormen is anders dan die van ons mensen, maar daar kom ik later op terug. Maar hoe zit het met al de levenloze dingen die ons omringen. In het westen spreken we wel over een huis met karakter, maar het als bezield te zien wordt dan weer lacherig van de hand gewezen. Heeft elk gebouw, elke woning een huisgeest? Zelf woon ik op de begane grond van een flatgebouw. Is er dan een geest voor het hele gebouw of een voor elke afzonderlijke woning? Daar ben ik nog steeds niet achter. Het zijn vragen die ik vaak maar laat, want wil ik het antwoord er wel op weten? Alles verklaren maakt het zo saai. Toch wil mijn verstand verklaringen. Want waar komen al die huisgeesten vandaan? Ooit begroef men de doden onder de drempel en mogelijk werden dat vervolgens huisgeesten. Maar hoe zit dat tegenwoordig met alle vinexwijken die uit de grond gestampt worden?
Wie het weet mag het zeggen!
De sfeer in en om een gebouw wordt door verschillende factoren bepaald, waaronder de ligging, de grond waar het op staat, de stijl waarin het gebouwd is, de inrichting en door de mensen die er wonen of werken. In een oud gebouw kan de geschiedenis voelbaar aanwezig en van invloed zijn. Het ligt er denk ik maar net aan of je er gevoelig voor bent, maar ook dat zegt niet alles. Het blijft allemaal behoorlijk ongrijpbaar. Men spreekt niet voor niets over spookhuizen. Ook hier is er vaak een heel logische verklaring, maar er blijven onverklaarbare dingen gebeuren. Sinds ik me met het spirituele bezig ben gaan houden, reinig ik bij een verhuizing de oude en nieuwe woning op alle lagen. Daarmee bedoel ik dat na met emmer en sop in de weer geweest te zijn het huis ook energetisch reinig. Ik laat de elementen los, zodat die elk op eigen wijze de dweil er door kunnen halen. De lucht vraag ik het schoon te blazen, het vuur om het uit te roken, de aarde vraag ik wat weg kan weg te laten zaken en het water om alles schoon te spoelen. Ik neem afscheid van de huisgeest in de woning die ik verlaat en ik stel me voor aan de huisgeest van het huis dat ik betrek. Niet alleen het huis zelf maar ook de tuin en daarmee de eventuele planten, struiken en bomen die er staan. In mijn huidige tuin stonden drie coniferen die ik wilde kappen. Dat heb ik de bomen tijdig meegedeeld en dan heb ik er verder ook geen medelijden of wat dan ook mee. Ik ben er van overtuigd dat mijn ijf stond te grijnzen toen de coniferen gekapt werden. Eindelijk kreeg hij meer ruimte. Ik heb de ijf toen wel meteen gewaarschuwd dat ook hij maar beperkte ruimte heeft en gesnoeid gaat worden. Dat vind hij wel best, is mijn indruk.
Mijn tuin is klein en daar bepaal ik vrij veel van wat er aan planten, struiken of bomen in staan. De ligging en grond spelen natuurlijk een rol en daar heb ik me dan weer deels naar te schikken. Voor mij is de overeenkomst tussen mens en tuin dat een tuin een stukje aarde is dat je als mens onder je hoede krijgt en waar je goed voor zorgt. Dat betekent het gebruikelijke tuinonderhoud als snoeien, wieden en wat dies meer zij. Wat volgens mij een heel belangrijk punt is in animistisch denken, maar sowieso als het gaat om levende wezens anders dan ons mensen: een dier is een dier, een plant is een plant en een boom is een boom. Het lijkt wel of sommige mensen doorslaan in hun ‘liefde’ voor de natuur. Dieren en planten worden dan als mensen benaderd en dat vind ik dier- en plantonwaardig. Als ik mensen hoor beweren dat tomaten schreeuwen als ze in plakjes worden gesneden dan is er bij mij een grens bereikt en dan schiet ik in de lach. Wel ben ik er van overtuigd dat biologische landbouw en veeteelt voor de aarde en voor de planten en dieren de voorkeur geniet. Mijn rode kater is een grote vriend, maar hij blijft wel een dier. Ik gruw ervan als hij weer eens een muis gevangen heeft en er dan uren mee speelt. Het is wel zo prettig dat hij het meeste wat hij vangt ook daadwerkelijk opeet. Laatst had hij, het was nog voorjaar, een nest met jonge vogels ontdekt en leeggeroofd. De vangst van elk kuikentje werd al vanaf ver aangekondigd met zijn speciale ‘mens-ik-kom-met-prooi-thuis-en-wil-complimentje’ miauw. Eenmaal binnen was het hapje snel verslonden en ging hij weer weg om het volgende kuiken op te halen. Buiten was er een hoop gekrakeel van eksters en andere vogels. Een paar vogel-ouders waren duidelijk niet blij met mijn kater. Na zo’n jachtpartij komt ie dan uitermate tevreden bij me liggen uitbuiken. En dan vertel ik hem maar dat hij een dapper en goed jager is. Het is immers zijn natuur.

Dieren, levend of dood, kunnen boodschappers zijn of krachtdieren. Maar ook daar heb ik mijn grenzen. Zo geloof ik bijvoorbeeld niet dat elke huid van elk geslacht dier nog verbonden is met de geest van dat dier. Je mag toch hopen van niet zeg. Mijn schoenen zijn gewoon schoenen zonder dat daar nog de geest van een of ander rund bij hoort. Wel ga ik er vanuit dat een huid of vacht behulpzaam kan zijn om je te verbinden met de diergeest. Een koeienhuid kan je dus helpen in contact te treden met koeiengeest. Dat is dus niet de geest van een enkele koe maar van het soort dier bestempeld als rund. Hetzelfde geldt voor veren van vogels of andere onderdelen van beesten die we soms zomaar ergens vinden.
Tegelijk geloof ik verhalen over huiden of vachten van dieren die soms de halve wereld rondreizen tot ze op de plek van bestemming zijn. Daar heeft blijkbaar het individu gekozen de taak van krachtdier op zich te nemen en nog waar en bij wie ook. Dit soort verhalen zijn wel zeer uitzonderlijk. En waarom de veer van een zeldzame vogel willen als veren van meeuwen en duiven ook voldoen?

Stenen hebben ook zo hun manier om hun weg te vinden naar mensen, is een opmerking die nogal eens wordt gehoord in spirituele kringen. Dan dringt meteen de vraag zich aan mij op hoe bewust dit alles geschiedt. Ligt zo’n steen ergens midden in de woestijn en krijgt plots de ingeving iemand te willen helpen? Besluit de steen dan om dat te gaan doen. Hoe trekt een half edelsteen verscholen in een berg de aandacht als hij of zij heeft bedacht eens wat van de wereld te willen zien. Werkt het zo? Daar heb ik mijn twijfels over. Zeker al om het feit dat ik van stom geluk en vette pech uitga, oftewel er bestaat nog altijd zoiets als toeval. En hoe zit het met de hebzucht van verwende westerlingen en hun drang naar spiritualiteit waar blijkbaar stenen, veren en huiden voor nodig zijn afkomstig van de andere kant van de wereld? Hoe is dat te rijmen met de zorg voor de natuur, het milieu en welzijn van dieren? Ook ik heb edelstenen van over de hele wereld, maar tegenwoordig denk ik wel heel goed na of het wel nodig is een edelsteen aan te schaffen.
Waarschijnlijk hebben stenen een ander soort van bewustzijn dan van ons mensen. Of is het zo dat de steen zelf geen bewustzijn heeft maar dat een geest zich ermee verbindt en zich via de steen tot uitdrukking kan brengen. Hetzelfde geldt dan ook voor soortgelijke gevallen. Van de hoeveelheid grind die in mijn tuin lag, wilde ik gewoonweg af. Je kan geen spa in de grond steken als het vol ligt met kiezels en er groeit niet al te veel. Het meeste ervan is dus in een aantal keer afgevoerd naar de vuilstort of de milieustraat zoals het tegenwoordig vaak sjiek aangeduid wordt. Pas toen het meeste al verdwenen was, kwam ik er achter waar ik ze voor kon gebruiken. Toen baalde ik behoorlijk dat ik waarschijnlijk een hele lading prachtig kiezelsteentjes zomaar weggegooid had. Die gedachte heb ik snel losgelaten, het heeft immers geen zin zo te denken, en was blij met de kiezels die ik nog in de tuin vond.
Ineens was een hoeveelheid grind geen massa meer, maar waren het aparte steentjes met soms een uitzonderlijke schoonheid. Waardeloos was ineens waardevol. Zo zie je maar hoe het kan verkeren. Er staan nu een aantal schalen met kiezels in verschillende maten. Van de meeste heb ik werkelijk geen idee of ik ze ooit ergens voor gebruik, maar ze liggen in de schuur niet in de weg. Nooit heb ik al de kiezels gevraagd of ze wel mee willen werken. Geldt hier het recht van de sterkste? Of is dit gewoon hoe het leven in elkaar steekt. We hebben als mens nou eenmaal voedsel en gereedschappen nodig en we nemen wat we nodig hebben.
Sommige van de kiezels uit mijn tuin hebben hun weg naar anderen gevonden voor allerlei doeleinden. Vaak speelde ik een belangrijke rol in de beslissing waar naartoe en waarvoor. Een aantal kiezels liggen in schalen op mijn werkaltaar. Een schaal is gevuld met stenen die al verscheidene keren dienst hebben gedaan als representant in opstellingen werk. Voor dat werk bewaar ik ze nu ook. Ik geloof namelijk dat krachtvoorwerpen groeien in hun taak. Een keer per maand met volle maan leg ik stenen een nacht buiten in de tuin, opdat de kracht van de maan hen kan reinigen en ze kracht kunnen putten als dat nodig is. Mijn schalen met kiezels zet ik buiten samen met halfedelstenen die ik de laatste tijd veel gebruikt heb of de stenen waarvan ik denk dat ze wel weer eens een maanbad kunnen gebruiken.
Hebben al die kiezels tientallen jaren geleden al besloten in mijn tuin terecht te komen opdat ik ze ook ooit zou gaan gebruiken? Daar geloof ik werkelijk helemaal niets van. Een van de bewoners voor mij vond blijkbaar een grindtuin mooi en heeft dat aangelegd. Het nadeel daarvan was een hoop werk voor een aantal mensen om het weer te verwijden en het voordeel ervan voor mij is dat ik nu over een aardig voorraadje kiezels beschik die ik voor alle mogelijk dingen kan gaan gebruiken. Als de kiezels al dachten hadden ze waarschijnlijk nooit kunnen bevroeden nog eens aan seidhwerk mee te doen. Voor hun misschien ook wel een hele omslag en een geheel nieuwe uitdaging. Wie zal het zeggen? Ik schipper als halve animist maar tussen mijn gevoel en verstand en gemiddeld heb ik een hoop lol met steentjes, takjes en wat dies meer zij.

This site maintained by: Draak         All site content © Het Rad
Site last updated on: