Duitse runenvondsten © Sigurjón Þóróðinn Ásgeirsson 2002
 
ARTIKELEN
GEDICHTEN
LIEDEREN
VERHALEN
ALLERLEI
Wat een variatie in al die landstreken: noordse historische getuigenissen in het voorland van Scandinavië, Sleeswijk-Holstein, voornamelijk uit de vikingtijd (Oudnoords) maar in het geval van de vondsten uit Torsbjerg mose zelfs Oernoords, uit de 3e eeuw. Voorts het uit diezelfde periode daterende lansblad van Dahmsdorf, niet ver van Frankfort aan de Oder in oostelijk Brandenburg, dat Bourgondisch is, een getuigenis in runen in een uitgestorven Oostgermaanse taal. Verder naar het zuiden, als we de Elbe oversteken, de 'Duitse' bronnen in het Oudsaksisch, -frankisch, -thürings en -alemannisch gebied. Voorts nog enige runeninscripties in het Latijn. Wat de lezer zeker zal interesseren is het feit dat we zowel met noord-, oost- alsook westgermaanse bronnen te maken hebben. Hoe we die taalgroepen herkennen? Men neme eens de mannelijke a-stammen van de zelfstandige naamwoorden dag en vis. In het Noordgermaans volgt een r: dagr, fiskr. Het Oostgermaans heeft een s, vergelijk het Gotische dags, fisks en in het Westgermaans ontbreekt zo'n r of s volledig (vergelijk het Duitse Tag, Nederlandse dag, Friese dei en Engelse day maar eens met het Faeröerse en IJslandse dagur).

Meer dan de helft van de vondsten bevindt zich in Sleeswijk en Oost-Holstein, in 1864 Duits geworden, de grens werd in 1918 bekrachtigd. Het is typisch Scandinavisch materiaal, ergo van noordse origine.

SLEESWIJK-HOLSTEIN

Vooral het noordoostelijke deel van Duitslands meest noordelijke deelstaat is rijk aan historische getuigenissen in runen. Laten we qua materiaalkeuze beginnen met de runenstenen.

1. Haithabu, de Eriksteen
De Eriksteen bevindt zich thans in slot Gottorp in Sleeswijk en dateert uit de tweede helft van de 10e eeuw. De steen werd in 1796 gevonden aan de Kruisberg bij Wedelspang tussen Busdorf en Selk, en wel tussen twee grafheuvels. De tekst luidt:

x þurlf x risþi x stin x þänsi x/x
himþigi x suins x eftiR x/ erik x filaga
x sin x ias x uarþ
tauþr x þä x trekiaR / satu x um
x haiþa-bu x ian : han
: uas : sturi ; matr : tregR x/x harþa :
kuþr x

Vertaling: 'Thorulf, de vazal van Sven, richtte deze steen op voor zijn metgezel Erik die de dood vond toen de krijgslieden Haithabu belegerden en hij was stuurman ('compagnon'), een welgeboren krijger'.

Haithabu is een oude Zweedse vikinghandelsplaats gelegen aan een inham van de rivier de Schlei, genaamd Haddeby Noor, en wel ten zuiden van de stad Sleeswijk aan de grens van het Scandinavische met het Saksische gebied. De nederzetting met een halfronde hoge aarden omwalling is te bezichtigen.

2. Haithabu, de Grote Sigtryggsteen
Deze steen is te zien in kasteel Gottorp te Sleeswijk, net als de vorige. Datering: na 934. Van  oorsprong is deze steen een schalensteen uit de bronstijd. Deze werd met ingekerfde runen in 1797 ontdekt aan een voorde tussen de inhammen Haddebyer en Selker Noor. Tekst:

äsfriþr : karþi : kum
bl : þaun
äft : siktriku :
sun : (s)in : äui : knubu

Vertaling: 'Astrid vervaardigde dit monument voor Sigtygg, haar en Gnupas zoon.' Volgens Laur dient het voorlaatste woord als auk te worden gelezen.1

3. Haithabu - Busdorf, de Skarthisteen
Deze runensteen stond aan de voet van de nog behouden gebleven grafheuvel aan de oude Rendsburger Landweg ten zuidwesten van Busdorf (Twiebargen), is daar in 1857 aangetroffen en opnieuw opgericht. De veldnaam Twiebargen heeft betrekking op twee grafheuvels, de laatste is verdwenen. Een echte Nedersaksische veldnaam, het lijkt wel of we in Twente zijn. De witte schouderhoge runensteen met donkerrode runen staat nog op zijn oude plaats. Datering: tweede helft van de 10e eeuw.

De Skarthisteen van Busdorf

De tekst:

: suin : kunukR : sati : / stin : uftiR
: skarþa / sin / : himþiga : ias : uas : / : farin
: uestr : iän : nu
: uarþ : tauþr : at : hiþa : bu

De vertaling luidt als volgt: 'Koning Sven plaatste de steen ter nagedachtenis aan Sharthi, zijn vazal die naar het westen (Engeland) was gevaren, maar nu bij Haddeby viel'.

4. Haithabu, de Kleine Sigtryggsteen
Te bezichtigen in kasteel Gottorp te Sleeswijk. Datering: na 934. De tekst vertelt nog iets meer dan steen 2, de Grote Sigtryggsteen:

ui : äsfriþr : karþi : kubl : þausi :
tutiR : uþinkars : äft : siktriuk : k
unu
k : sun : sin : auk : knubu :
kurmR raist run(aR)

Vertaald wil dit zeggen: 'Astrid, de dochter van Odinkar, maakte dit monument voor koning Sigtrygg, haar en Gnupas zoon. Gorm kerfde de runen'.

5. Norderbrarup
Deze runensteen is wel een van de oudste van Sleeswijk-Holstein. Hij werd in 1832 in Brarupholz bij Arrild in een grafheuvel ontdekt en is helaas verloren gegaan, wellicht de enige in het oude Deense taalgebied (waar een stuk van Sleeswijk toe behoort) daar het aantreffen van runenstenen in grafheuvels verder uitsluitend in Noorwegen voorkomt. Op de steen stond de inscriptie: fatur

Men ziet hierin veelal een persoonsnaam welke wij verder binnen de noordse ruimte niet tegenkomen. De taal is wel heel oud, want de stamvokaal u is nog bewaard gebleven.

6. Sleeswijk, de Domsteen
Deze steen werd in 1897 in de noordelijke zijtoren van de dom ontdekt. Hij heeft tot 1950 in de dom gestaan en is toen verplaatst naar het Landesmuseum für Vor- und Frühgeschichte te Sleeswijk. Datering: ongeveer 1050. De ornamentiek, runen en taal volgend zou je concluderen dat die naar een inscriptie van een Zweed uit de streek van het Mälarmeer bij Stockholm is gekerfd. De Zweedse inscriptie die ook Engeland vermeldt getuigt van de handelsbetrekkingen van de stad Sleeswijk als opvolgster van de nederzetting Haithabu. Helaas is de inscriptie slechts deels leesbaar. Hierbij de tekst:

... l(i)t [:] r(isa) : stain : e...
... xan : su(l) ... / ...[t](a)uþr
... / ... (n) : auk : kuþmuntr ; þaR[:R]
[(a)r] : ænklanti : iskiu [: h] uilis : kr ...

Vertaling: '... liet de steen oprichten voor ... aan Sul ... hij stierf in ... en Gudmund kerfden de runen. Hij rust in Engeland in Skia.2 Chr(istus zijn zijn ziel genadig)'.

7. Medelby
In de zomer van 1952 zag mevrouw K. Henkel een steen die uit de omheining afkomstig was en voor de wegenbouw zou worden gebruikt. Tijdens de werkzaamheden is de inscriptie vernield. Het gaat volgens haar om de zijkant van de oorspronkelijke steen waarop runen van zowel het oud-futhark als van het jongere futhark uit de vikingtijd stonden hetgeen duidt op een relatief gezien vroege overgangstijd. Helaas kan er geen tekstverklaring meer plaatsvinden. Medelby ligt vlak tegen de Deense grens ten westen van Flensburg.

8. Lütjenburg, Oost-Holstein
Heinrich Rantzau vermeldt in zijn landsbeschrijving dat zich op een vertakking van wegen bij Lütjenburg (aan de Oostzee tussen Kiel en Oldenburg) een runensteen heeft bevonden. Aangezien hij in verband hiermee tevens de steen van het Jutse Jelling noemt alsook een vrij exacte runenweergave van de Herjolfssteen van Haberslund vermeldt, is zijn melding niet te negeren. Helaas is de steen verdwenen.

9. Sleeswijk
Deze inscriptie heeft zich eerst aan de latere weeshuisschool, die voorheen een kapittelhuis was, bevonden, vervolgens in de dom waar de inscriptie werd weggerestaureerd. Het betreft in dit geval een Latijnse inscriptie in runen: æflime [f]ecit

Men leze: Evli me fecit, 'Evli maakte mij (de deur)'. Zulke runeninscripties in het Latijn vinden we in het middeleeuwse Noorden wel vaker. Ik memoreer de loden huls met een relikwie ter inwijding van de kerk van Stokkemarke op het Zuiddeense eiland Lolland met op de huls de tekst æpiskopus gisiko, 'bisschop Gisike van Odense', datering ongeveer 1300.

10. Thorsberg, zwaardgreephuls uit moeras

Samen met het schildbeslag dat hier is gevonden behoort de zwaardgreephuls van Thorsberg tot de oudste inscripties van Sleeswijk-Holstein. Datering: 3e eeuw. Hierop staat de rune ingekerfd als afkorting voor het woord óþala ('erfstuk'). De inscriptie luidt:

o  w l  þ u  þ  e w a  z n  i w a   j    e m  a r  i  z

De tekst is te vinden op de priemband. Laur duidt de tekst als volgt: 'dienaar van (de oudste hemelse god) Ullr' plus 'de onberispelijke, de niet-slecht-beroemde'. Struve vertaalt in zijn Räder für die Götter: 'de onberispelijke dienaar Wulthu' die volgens hem een aanhanger van de noordse god Ullr heeft kunnen zijn.3

11. Thorsberg, bronzen schildbeslag
Op dit schildbeslag staan de runentekens:

a i s g z h  a i s g z h

Men kan dan uitgebreid de volgende uitspraak lezen: aisazaizai haila '(blijf) ongewond tegen de stormspeer'. Iimmers, een in de vijandelijke gelederen geslingerde speer werd aan de dodengod Wodan gewijd, om hierdoor de slag te laten beginnen. In zulke gevallen van nood gebruikten onze voorouders toverspreuken die terug zijn te leiden op Wodan, de god van de betovering. In de periodiek van de Vereniging Nederland - DDR schreef in september 1979 Thorbjörn Hamar het artikel 'De toverspreuken van Merseburg'4, de domstad aan de Saale in Saksen-Anhalt, met onder andere de Oudhoogduitse zin:

          Phol ende Uuodan         uuorun zi holza:
          dû uuart demo balderes uolon sîn vuoz birenkit.
          thû biguolen Sinhtgunt,  Sunna era suister;
          thû biguolen Friia,          Uolla era suister;
          thû biguolen Uuodan,     sô hê uuola conda :
          sô bênrenkî                    sôse bluotrenkî sôse lidirenkî;
          bên zi bêna,                   bluot zi bluoda,
          lid zi geliden,                  sôse gelîmida sîn !

Vertaald betekent dit (een mengeling van Oudthürings en Oudsaksisch):
'Toen verstuikte Balders veulen een voet,
Toen sprak tot hem Sindegund (en) Sunna, haar zus,
Toen sprak tot hem Frija (en) Volla, háár zus,
Toen sprak tot hem Wodan, zo goed hij maar kon:
zoals die verstuiking van de ot, zó die van het bloed,
zó die van het gelid! Bot aan bot, bloed bij bloed,
gelid aan gelid, alsof ze aan elkaar gelijmd waren!'

Ziehier hoe het ros van de god Balder zijn voet heeft verstuikt en Balder in een bezweringsformule Wodan als genezer oproept. Deze paardenzegen is de tweede toverspreuk van Merseburg.

12. Amrum, brokstuk van wetsteen
De inscriptie op deze wetsteen is als volgt: Þun Gedacht wordt aan de roepnaam Auðunn. Amrum is een Noordfries Waddeneiland met duinen. Von Olshausen heeft de inscriptie in 1920 beschreven, deze is waarschijnlijk afkomstig uit Nebel.

13. Elisenhof bij Tönning, Noord-Friesland, een kam
Elisenhof ligt aan de monding van de rivier de Eider. De datering van deze kam is voor of omstreeks 900. De tekst luidt: käbR, wat 'kam' betekent.

Zulke Oudfriese kam-inscripties met runen treft men ook in de provincie Groningen aan (Oostum, Toornwerd): kabu, kobu.5 Te zien in Slot Gottorp, Sleeswijk.

De kam van Elisenhof in Noord-Friesland

14. Haithabu, speksteenschaal
Op de schaal staan een paar runen: fuþ. Hier hebben we met alfabet-magie te doen, waarbij het voorwerp in kwestie omwille van een magisch doen van runen werd voorzien. Bewaarplaats: Slot Gottorp, Sleeswijk.

15. Haithabu, kam
Het brokstuk van een kam (ook in slot Gottorp te zien) dateert volgens Wolfgang Krause, die  husum leest, uit de periode tussen 825 en 1000. De (plaats)naam is niet Deens maar van Oudfriese herkomst6: Husum aan de Noordfriese Waddenkust, vergelijk met het dorp Huizum, thans een deel van de Friese hoofdstad Leeuwarden.

16. Haithabu, runenstaafje 1
Dit staafje is te bezichtigen in Slot Gottorp. De archeologische datering is 9e eeuw. De tekst luidt:

safur säfu hiþini fiui
faki kl fuþärkhniastbmlR
kuka kuikui saäR

Geen tekstvertolking. In de tweede regel ziet men het alfabet.

17. Haithabu, runenstaafje 2
De inscriptie op dit runenstaafje laat zich lezen als:

raþi . utlfR . sati . auriki . itarku . in . aurik . salti .
utlfi . utur
auþikR . biän . fur . uk . þat . fu . sauiaþ . ?lt . ul???li . kafiþu :
at : ualR . äkiu : likR :
... : nu : suiarþ : ilt

We staan hier, aldus Moltke7, voor een brief. Een mededeling van een onbekende aan een man genaamd Oddulv (Oddulf) die handelt met een andere man, Aurik. Laur leest: 'Oddulf verkocht aan Eyrik ... en Eyrik verkocht aan Oddulf'. Utur kan op een ottervel duiden, en i törgu 'op de markt', vergelijk het Zweedse torg en het Gotische en Poolse targ 'markt'. De datering van dit runenstaafje is 9e eeuw en het wordt bewaard in Slot Gottorp.

18 - 24. Sleeswijk, botten van dieren8
De dierenbotten dateren uit de 12e eeuw. Hierbij de teksten: 18. reib (rib), 19. lam (lam), 20. fuþarsb -fuikþ (fuþ, vagina, het vrouwelijke geslachtsdeel, ars, aars, het mannelijk achterwerk (reet). Alledrie de botten zijn in 1972 op de Rathausmarkt in Sleeswijk opgegraven.

21 Een rib die niet nader kan worden vertolkt. 22 is een rib met futhark: .f. u . þ . o . r . k . h . n . i . a . s . t . b . m .  l . y
                                                            
                                        a    n
23 is weer een rib (tekst niet te verklaren, losse runen): olh . ybk . æhbkeþð

Tenslotte 24 de laatste rib, in 1975 opgegraven op de Rathausmarkt:

fuþorkhni . kr zijde A
astbml(y) zijde B

25. Sleeswijk, wandelstok
Deze wandelstok, 65 centimeter lang en 3 centimeter dik, werk in 1975 in vier stompen op de Rathausmarkt gevonden, datering 11e of 12e eeuw. Er zijn vier inscripties:

x krist : haba suia . harbara ('Christus help Sven Harpspeler')
kiirnmirih (?) (l)
n
u(k)iþkhmk(?)(t)
kris[t] x hialb x suein x harbara
('Christus helpe Sven Harpspeler')

26. Sleeswijk, runenstaafje
De lengte van dit staafje is ongeveer 12,8 cm. Het is in 1973 op de Rathausmarkt opgegraven. Hierbij de tekst:

runaR / iak / risti / a / r(i)kiata / tre sua zijde A
reþ / saR / riki / mogR / asir / a / artakum zijde B
hulaR / auk / bulaR / meli / þeR   zijde C
ars / sum / magi    Zijde D

Vertaald: 'Runen heb ik gekerfd op sturend (?) hout en zo legde de machtige heer ze: Asen uit de oertijd 'Huller' en 'Buller' maal je aars als maag'. Dit is een toespeling op overvloedig eten. Men vergelijke de Oudnoordse versmaat in ljóðaháttr. In het Oudnoords lees je dan:

runar iak risti
a r(i)kjanda tre
swa reþ saR riki mögR
asiR a ardagum
hullaR ol bullaR
mæli þæR ars sum magi
9

Zowel de stukken 25 als 26 zijn te zien in kasteel Gottorp.

27 - 29. Oldenburg, Oost-Holstein, drie ribben
De datering van deze drie ribben is begin of midden van de 12e eeuw. De tekst luidt: þorki ('Thorkil', persoonsnaam), urn ('ørn', adelaar) en faksi ('maan van paard').

Oost-Holstein is oud Slavisch gebied, de Obodriten woonden toen in deze hoofdstad van het toenmalige Wagrië. Het zuidelijker gelegen Oud-Lübeck was toen de residentie van de Obodritische heersers. Men vergelijke dit met de rollen van de steden Amsterdam en Den Haag. Oldenburg was een handelsplaats in Slavisch gebied, net als Cammin in Pools Pommeren (Pomorze betekent 'aan zee') en Staraja Ladoga ten oosten van Sint Petersburg.

30. Lübeck, een mes
Een vondst tijdens opgravingen in de oude stad in 1947. De datering van het mes ligt omstreeks de periode 1050 tot 1200. Men denkt wel aan het jaartal 1203 toen de Deense koning Waldemar als overwinnaar na de huldiging door Adolf III in Lübeck verbleef. De tekst is als volgt: Paaknifgoþæ ('het goede mes van Pai').

 

BRANDENBURG

Brandenburg, met als hoofdstad Potsdam, is de deelstaat die rondom Berlijn ligt. In het uiterste oosten vlakbij de Poolse grens, niet ver van Frankfort aan de Oder, ligt Dahmsdorf.

31. Dahmsdorf, lansblad
Het lansblad dateert uit het midden van de 3e eeuw. De inscriptie luidt: ran(n)ja ('aanrenner').

Op grond van de vindplaats wordt de tekst Bourgondisch genoemd, waarbij u moet bedenken dat het Deense eiland Bornholm in de Oostzee is afgeleid van Burgundarholm. Dit Oostgermaanse volk is via de Odervallei en de Palts (Worms; Nibelungenlied) uiteindelijk in Frankrijk (Bourgogne) terecht gekomen. We zitten in de tijd van de volksverhuizingen. Het Bourgondisch is verwant met het, tevens Oostgermaanse, Langobardisch en Gotisch. Krause legt een relatie met het lansblad van Kowel in Wit-Rusland met de inscriptie tilaríds ('doelrijder')10.

 

NEDERSAKSEN

We steken nu in zuidwestelijke richting de rivier de Elbe over en komen op 'Duits' gebied. De Elbe en Saale vormen de oostgrens voor de Westgermaanse stammen tot in de 13e eeuw (de lijn Hamburg - Maagdenburg - Merseburg bij Halle).  Nedersaksen ligt tussen Hamburg en de Nederlandse provincies Groningen, Drenthe en Overijssel. De hoofdstad van deze deelstaat is Hannover.

32. Nebenstedt Kreis Dannenberg, bracteaat (inscriptie I )
De rune (ï) is in het alfabet aangehouden ofschoon de klank reeds met de ijsrune (i) is samengevallen. De tekst luidt: glïaugiR uïu r(û)n(ô)R 'Ik, de glanzend ogende, wijd de runen'11.

33. Liebenau, verzilverde schijf
Gedateerd begin 5e eeuw en ontdekt in 1957. Deze vondst wordt bewaard in het Landesmuseum Hannover. Het betreft een verzilverde schijf uit een krijgersgraf. Zeker te lezen zijn de runen 'ra'.

34. Beuchte bij Goslar/Harz, beugelfibula
We lezen de eerste vijf tekens van het fuþark plus de (z, algiz 'eland') en (j, jera 'jaar'). De neveninscriptie luidt buirso, een verschrijving van de persoonsnaam Bûriso, de naam van de inkerver van de runen. Datering: tweede helft van de 6e eeuw.

De beugelfibula van Beuchte

 

NOORDRIJN-WESTFALEN

Deze deelstaat ligt aan onze zuidoostelijke grens en heeft als hoofdstad Düsseldorf. Soest ligt ten oosten van Dortmund in het Ruhrgebied.

35. Soest, schijvenfibula
Op deze Oudfrankische schijvenfibula komen twee vrouwennamen, Râda en Daþa plus de naam van de runenmeester, At(t)anovoor in de vorm van een runenkruis.

 

RIJNLAND - PALTS

Grotendeels ten westen van de Rijn, zuidelijk van Bonn ligt de deelstaat Rijnland-Palts en grenst aan België, Luxemburg, het Saarland en Frankrijk. De hoofdstad is Mainz.

36. Engers, beugelfibula (sluitspeld)
Helaas is deze Oudfrankische beugelfibula verloren gegaan. Hierop stond het complex leub, te vertalen met 'liefdes-': een wenswoord.

37. Freilaubersheim, Rijnhessen, beugelfibula

Freilaubersheim ligt nabij het riviertje de Nahe ten zuiden van Bingen. De datering voor deze Oudfrankische beugelfibula is tweede helft van de 6e eeuw en wordt bewaard in het Altertumsmuseum und Gemäldegalerie te Mainz. De inscriptie is als volgt:

boso wræt runa x c daxyna golida
Bôso   Wræt   rûna  þ(i)k  Daþïna     gôlida
Vertaling: 'Boso kerfde de runen: jou groette Daþina'. Voor wat betreft de rune geldt hetzelfde als bij inscriptie Nr 32 - Nebenstedt, de klankwaarde is met de rune samengevallen12.

38. Osthofen, Palts, schijvenfibula
Ook deze Oudfrankische vondst is in het Altertumsmuseum te Mainz te zien. Helaas noemt Düwel in Runenkunde de tekst niet, maar vermeldt hij wel de vindplaats13.

 

HESSEN

Oostelijk van Rijnland-Palts en de Rijn is de deelstaat Hessen te vinden, met als hoofdstad Wiesbaden. De grootste stad is Frankfort aan de Main. Friedberg ligt ten oosten hiervan.

39. Friedberg bij Hanau, schijvenfibula
Op deze schijvenfibula staat de vrouwennaam Þuruþhild. Deze Oudfrankische fibula dateert uit ongeveer 600.

 

THÜRINGEN

Oostelijk van Hessen komen we bij de deelstaat Thüringen. Deze vormde vroeger het zuidwesten van de DDR. De hoofdstad van dit 'groene hart van Duitsland' is Erfurt. Weimar ligt iets verder naar het oosten.

40. Erfurt, Codex Erfordensis
De runentekst is in het Latijn geschreven en dateert uit de 15e eeuw. Moltke14 noemt deze 'Lunde-annaler'; de Codex Erfordensis nr. 23, 8:o. Op de laatste pagina van de annalen staat:

mons : hoat : pos sidæt : me

Hetgeen betekent: 'Mogens Hvat bezit mij' (Jongere Futhark). Mogens is een Deense voornaam en Lund ligt in de Zuidzweedse, voorheen Oostdeense provincie Schonen. De runen zijn duidelijk Scandinavisch.

Codex Erfordensis nr. 23, 8:o

41 - 44. Weimar, twee fibulae; gespomlijsting; parel van barnsteen
Deze Oudthüringer fibulae zijn gevonden in twee vrouwengraven en dateren uit de eerste helft van de 6e eeuw. De tekst van de gespomlijsting (43) luidt:

Ida Bigina Hâhwar. - Awimund Isd(ag?) leob (?) Idun

Krause probeert de tekst als volgt te vertalen: 'Ida (bezit dit). - Bigina (en) Hahwar (schenken of wensen geluk). - Awimund (en) Isdag (?) (wensen) liefs toe aan Ida'15.

Van de nummers 41, 42 en 44 geeft Düwel geen tekst en vertaling. Hij meldt alleen het bestaan16.

 

BEIEREN

Dit is de meest zuidoostelijke Duitse deelstaat, met als hoofdstad München. Het meest zuidwestelijke district heet Beiers Zwaben, waarvan de hoofdstad Augsburg is.

 

45. Nordendorf bij Augsburg, Beiers Zwaben, een beugelfibula
Een Oudalemannische beugelfibula gedateerd uit het begin van de 7e eeuw. Op de achterzijde van de hoofdplaat van het kostbaarste stuk onder de West-germaanse inscripties staat in drie regels geschreven in runen:

logaþore wodan  wigiþonar

De bovenste regel is nog steeds niet duidelijk verklaard, logaþore wordt door Klaus Düwel17 in verband gebracht met de Angelsaksische glosse Logeþer, een relatie met Thor (Donar) blijft hypothetisch. De tweede regel noemt Wodan en de onderste wigiþonar ('wijd - Donar')18 wat Krause in verband brengt met het Oudijslandse Vingþór. Als men deze hoofdplaat omdraait leest men voorts nog: awaleubwinix 'Awa (en) Leubwini (schenken of wensen geluk)'.

46. Schretzheim bij Dillingen aan de Donau, Beiers Zwaben, schijvenfibula
Een Oudalemannische vondst uit 1932 van een begraafplaat. De inscriptie zelf met twee regels in runen werd pas in 1946 ontdekt:

siþwagadin leubo

Leest men si(n)þ - wag - (j)a(n) din leubo, dan luidt de vertaling: 'Aan degene die zich op reis begeeft (schenkt deze fibula) leubo'. Datering: begin van de 7e eeuw.

47. Kleinen Schulerloch bij Kelheim, Beiers Zwaben, holeninkerving
Van deze Oudalemannische holeninkerving is de echtheid omstreden, stamt waarschijnlijk uit de 6e of 7e eeuw. Onder een tekening van een dier staat: birg : leub : selbrade. Dit zou men als volgt kunnen vertalen: 'Help (die u) lief (bent) aan Selbrad!' of 'Bied hulp, best (of leub) aan Selbrad!'

 

BADEN - WÜRTTEMBERG

Het aan Frankrijk en Zwitserland grenzende Baden-Württemberg is de meest zuidwestelijke van de Duitse deelstaten. De hoofdstad is Stuttgart.

48. Wurmlingen, Württemberg, speerblad

Deze Oudalemannische vondst bevindt zich thans in de Staatliche Alter-tümersammlung in Stuttgart. Datering: begin van de 7e eeuw. Een speerblad met de naam van de runenmeester of de smid: Idorîh19, de rune met een dubbele dwarsbalk (zoals in het Oudengels) toont aan dat de Tweede Klankverschuiving reeds heeft plaatsgevonden. In het Oudhoogduits is de k dan naar ch verschoven, bijvoorbeeld ik wordt ich en rîk wordt rîh.
Voor de runen staat een stemvork-achtig teken. Aan de andere kant van het speerblad staat nog meer.

Het speerblad van Wurmlingen

Wurmlingen ligt tussen Rottweil en het Zwitserse Schaffhausen, iets ten oosten van Donaueschingen, dus niet al te ver van het Zwarte Woud.

49. Heilbronn - Böckingen, Würt, gordelbeslag
Dit Oudalemannische gordelbeslag dateert uit de 7e eeuw. De tekst luidt: xarwi (de persoonsnaam 'Arwi' ?)

50 - 51. Dischingen, Würt, twee zilververgulde beugelfibulae
Twee Oudalemannische beugelfibulae afkomstig ven een rijgravenbegraaf-plaats. 50 heeft als tekst de vrouwelijke troetelnaam winka. Op 51 zijn twee runen, de a en de e, te vinden.

52 - 53. Weingarten, Würt, twee fibulae
Beide Oudalemannisch en afkomstig uit een meisjes- en vrouwengraf, datering 7e eeuw.
52 laat de de vrouwennaam alirgu(n)þ, alsook de kerfformule feha writ ... ('Ik Feha kerf') zien.  Te vergelijken met het Oudengelse writan, het Engelse to write en het Nederlandse rijten. Op 53 staat de mansnaam Dado.

54. Niederstotzingen, een zilveren riemtong
Bij opgraving in 1936 ontdekte men een Oudalemannische zilveren  riemtong. Aan de ene kant leest H. Jänichen20 bigwsiliub, aan de andere zijde idun. De tekst is moeilijk te vertalen. Het betreft hier een vondst uit een adellijk graf.

1. Runendenkmäler in Schleswig-Holstein, Laur, blz. 36: 'Da das letste Zeichen des vorletzten Wortes als k zu lesen ist ...'<terug>
2. Runendenkmäler in Schleswig-Holstein, Laur, blz. 44: Skia (Skidby in Yorkshire, Shoesbury in Essex oder ein anderer gleichnamiger Ort).<terug>
3. Räder für die Götter - K.W. Struve, blz. 202 <terug>
4. De toverspreuken van Merseburg - Thorbjörn Hamar, blz. 12 <terug>
5. Runengefluister uit Groninger en Friese terpen - Sigurjón Þóróðinn Ásgeirsson, blz 9 en 10 <terug>
6. Runendenkmäler in Schleswig-Holstein - Wolfgang Laur, blz. 50 <terug>
7. Runerne i Danmark og deres oprindelse - Erik Moltke, blz. 305 <terug>
8. Runerne i Danmark og deres oprindelse - Erik Moltke, blz. 382 t/m 386 <terug>
9. Runerne i Danmark og deres oprindelse - Erik Moltke, blz. 387 <terug>
10. Runen - Wolfgang Krause, blz. 87 <terug>
11. Runen - Wolfgang Krause, na blz. 64 <terug>
12. Runen - Wolfgang Krause, blz. 27 <terug>
13. Runenkunde - Klaus Düwel, blz. 24 kaart 2 <terug>
14. Runerne i Danmark og deres oprindelse - Erik Moltke, blz. 400 <terug>
15. Runen - Wolfgang Krause, blz. 89 <terug>
16. Runenkunde - Klaus Düwel, blz. 24, kaart 2 <terug>
17. Runenkunde - Klaus Düwel, blz. 39 en 40 <terug>
18. Runen - Wolfgang Krause, blz. 89 <terug>
19. Runenkunde - Klaus Düwel, blz. 22 <terug>
20. H. Jänichen in: P. Paulsen: Alamannische Adelsgräber von Niederstotzingen (Kr. Heidenheim) I, 1967, S 45f. (mitt Abb) en H. Jänichen, Neue Inschriften aus alamannischen Gräbern de 7. Jhs, in: Fundberichte aus Schwaben NF 18/I, 1967, S 232-238 (mit neuen Runenfunden; Abb.) <terug>

ENIGE BEWAARPLAATSEN VAN RUNENVONDSTEN IN DUITSLAND

  • Sleeswijk-Holstein
    De meeste vondsten (o.a. Sleeswijk, Haithabu en Thorsberg) zijn te zien in het Schleswig-Holsteinisches Landesmuseum für Vor- und Frühgeschichte, Schloß Gottorp, te Sleeswijk. De steen van Busdorf (nr.3 de Skarthisteen) staat nog bij Busdorf.
  • Nedersaksen
    De vondst van Beuchte is te zien in het Landesmuseum te Brunswijk (Braunschweig), die van Liebenau in het Landesmuseum te Hannover.
  • Noordrijn-Westfalen
    Die van Soest in het Landesmuseum te Münster
  • Rijnland-Palts
    Freilaubersheim en Osthofen in het het Altertumsmuseum te Mainz.
  • Hessen
    Friedberg in het Landsmuseum te Darmstadt.
  • Thüringen
    Weimar in het Museum für Vor- und Frühgeschichte te Berlijn.
  • Beieren
    Nordendorf in het Maximiliansmuseum te Augsberg en Schertzheim in het museum te Dillingen.
  • Baden-Württemberg
    Dischingen in het raadhuis te Bopfingen. Heilbronn-Böckingen in het museum te Heilbronn. De vondsten van Wurmlingen (speerblad) en van Niederstotzingen in de Altertümersammlung in het Alte Schloß te Stuttgart, Weingarten in het Urgeschichtliche Institut der Universität in Tübingen.

Bronnen

  • Runendenkmäler in Schleswig-Holstein - Wolfgang Laur
    Schleswig-Holsteinisches Landesmuseum für Vor- und Frühgeschichte in Schleswig, Heft 9, Karl Wachholtz Verlag, Neumünster 1981
  • Runen - Wolfgang Krause
    Sammlung Göschen, Band 1244/1244a
    Walter de Gruyter & Co, Berlijn 1970
  • Runenkunde - Klaus Düwel
    J.B. Metzlersche Verlagsbuchhandlung, Stuttgart 1968
  • Runerne i Danmark og deres oprindelse - Erik Moltke
    Forlaget Forum AS, Kopenhagen 1976
  • De toverspreuken van Merseburg - Thorbjörn Hamar (pseudoniem voor Jan ten Holt)
    Artikel in periodiek Nederland-DDR, Amsterdam, september 1979, 5e jaargang, nummer 4
  • De runeninschriften van Lolland, deel II - Sigurjón Þóróðinn Ásgeirsson
    Artikel in kwartaaltijdschrift 'Balder', uitgave van Het Rad, Leiden, Herfstevening 1999
  • Runengefluister uit Groninger en Friese terpen - Sigurjón Þóróðinn Ásgeirsson
    Artikel in kwartaaltijdschrift 'Balder', Leiden, Midzomer 2000
  • Runen in de provincie Utrecht - Sigurjón Þóróðinn Ásgeirsson
    Artikel in kwartaaltijdschrift 'Balder', Leiden, Joel 2000
  • Fundberichte aus Schwaben
    Neue Folge 18/I 1967
  • Alamannische Adelsgräber von Niederstotzingen
    (Kr. Heidenheim) I 1967
  • Räder für die Götter - K.W. Struve
    Artikel in Kölner Römer - Illustrierte 2. 1975, Historische Museen der Stadt Köln, Keulen 1975

This site maintained by: Draak         All site content © Het Rad
Site last updated on: