Dromerig staan de berkenbomen langs het pad waarover ik loop. Het pad slingert zich door het moeras. Verderop ligt een hal, omgeven door groene weidegronden. Schapen grazen van het sappige gras, ganzen waggelen rond en ik hoor de trage wiekslag van een reiger.
Nog voor ik kan kloppen zwaait de statige deur van de hal open. Voor mij staat een vrouw met doordringende ogen. Het lijkt wel of ze dwars door me heen kijkt en even voel ik mij ongemakkelijk. Dan met een nauwelijks waarneembaar knikje van haar hoofd geeft ze mij te kennen dat ik binnen mag komen.
Ik stap binnen in een indrukwekkende zaal. Een beetje overweldigd blijf ik staan en kijk om me heen. Zonlicht valt door de hoge ramen. Ik tel twaalf fraai bewerkte deuren die op de zaal uitkomen.
Mijn blik glijdt verder, nu pas zie ik de vrouw die achterin de zaal zit. Ik begrijp niet dat ik haar niet eerder opgemerkt heb. Zelfs aan deze kant van de immense zaal voel ik de kracht en rust die zij uitstraalt. Ze draagt een eenvoudig kleed van een blauw, zilveren tint. Haar donkere haar hangt in een lange vlecht op haar rug.
Haar aandacht is bij haar werk. Snel glijdt de draad door haar handen, de spintol is al half gevuld. Plots richt ze haar blik op mij. Ze glimlacht en wenkt me.................
DE VROUWE VAN ASGARD
De bronnen doorsnuffelend ontstaat bij Frigga een voorstelling van een godin van huishoudelijke aangelegenheden en maatschappelijke en culturele waarden. Frigga vertegenwoordigt, deels, voor mij de traditionele vrouwenrol: de moeder die haar kind beschermt, de trouwe echtgenote, de huisvrouw, de vroedvrouw. Degene die, soms wat op de achtergrond, de touwtjes in handen heeft en met zachte doch daadkrachtige hand haar huishouding bestuurt.
In een aantal boeken worden aan Frigga en Freya min of meer dezelfde aspecten toegedicht. In Oosthoeks Encyclopedie bijvoorbeeld staat bij 'Frigg' onder andere vermeld dat zij de huwelijksbanden beschermt, in een door katten getrokken wagen rijdt en vaak wordt verward met Freya. In de Edda van Snorri echter is het Freya die in een door katten getrokken wagen rijdt. Er zijn ook boeken waarin Frigga en Freya als een en dezelfde godin beschouwd worden. Voor mij zijn het echter twee verschillende godinnen. Van één ding weten we wel zeker dat we het bij hen beide terug kunnen vinden en dat is het valkenkleed of de valkenvorm. In meerdere mythologische verhalen wordt het valkenkleed van Freya genoemd, bij Frigga wordt hiervan één keer melding gemaakt (Skáldskaparmál 18-22). Het Klassiek Handwoordenboekje weet te vertellen dat Frigga zich in de gestalte van een valk of havik naar Midgard begaf om alles te bespieden.
Onderzoek naar de etymologische betekenis van haar naam kan ons aanwijzin-gen geven over deze godin. Het woord frî in het Oudsaksisch en het woord freo in het Oudengels betekenen 'vrouw', er wordt ook wel gesteld dat haar naam stamt van een Indo-Europese wortel met de betekenis 'plezier' of 'geliefde'. Jan de Vries geeft de mogelijkheid dat deze wortel een nog bredere betekenis zou kunnen hebben: 'tot de sibbe behorende'.1
In de Skáldskaparmál (18-22)2 wordt de vraag gesteld: "Hoe over Frigg te spreken?" Het antwoord luidt: "Door haar te noemen dochter van Fjorgyn, vrouw van Odin, moeder van Balder, rivale van Jord en Rind en Gunnlod en Gerd, schoonmoeder van Nanna, koningin van de Asen en Asynjur, van Fulla, valkenvorm en Fensalir."3
DE TWAALF ASYNJUR
"Wie zijn de Asynjur?" vraagt Gangleri zich af in de Gylfaginning (34-5). De Hoge begint zijn antwoord op deze vraag met: "De hoogste is Frigg." Vervolgens worden meer dan veertien asynjur met name genoemd en in het kort omschreven. Eir is een uitermate goede genezeres. Saga verblijft in het gigantische Sökvabek. Gefjon is een maagd en wordt bijgestaan door hen die als maagd zijn overleden. Fulla, ook een maagd, gaat rond met los hangende haren en heeft een gouden band rond haar hoofd. Zij draagt het kistje van Frigga en zorgt voor haar schoenen en deelt haar geheimen. Het is Sjofn zeer aangelegen de aandacht van zowel mannen als vrouwen in de richting van liefde te leiden. Lofn weet toestemming van Alvader en Frigga te krijgen geliefden bij elkaar te brengen, nog voor het zelfs maar kan worden verboden of geweigerd. Vor is zo wijs en weetgierig dat niets voor haar verborgen kan blijven. Var luistert naar de eden van mensen en de persoonlijke overeen-komsten tussen mannen en vrouwen. Syn bewaakt de deuren van de hal en houdt deze gesloten voor hen die geen toegang hebben en zij is aangesteld als verdedigster bij rechtszaken voor zaken die zij wenst te weerleggen. Hlin is de taak gegeven diegenen te beschermen waarvan Frigga wil dat ze veilig zijn. Snotra is wijs en hoffelijk. Als laatste wordt van Gna verteld dat zij door Frigga naar de verschillende werelden gestuurd wordt om haar boodschappen over te brengen.
Met de Oudnoordse term asynjur (enk. asynja) werden/worden de godinnen onder de Asen bedoeld. Na telling valt het misschien op dat hierboven niet veertien maar twaalf godinnen beschreven worden. Deze twaalf godinnen worden tegenwoordig gezien als de twaalf helpsters (de Twaalf Asynjur) van Frigga. De Twaalf Asynjur worden als individuele godinnen gezien, maar ook wordt wel gesteld dat zij aspecten van Frigga zijn.
FRIGGA ALS GENEZERES EN VROEDVROUW
Het aspect van Frigga als genezeres kunnen we onder andere afleiden uit de Tweede Merseburger toverspreuk4. Deze toverspreuk verhaalt hoe Wodan het been van een paard geneest. In de spreuk komt de volgende regel voor met daarin onder andere de naam Friia (Friia en Frîja beide OHD vorm van Frigga5):
thű biguolen Friia |
Volla era suister |
'dan zingt Frigga |
en haar zus Volla (Fulla)' |
|
Een van de Twaalf Asynjur, Eir, is een genezeres. Voor degenen die de Twaalf Asynjur als aspecten van Frigga zien, zou dit als verder bewijs aangevoerd kunnen worden dat Frigga ook een aspect als genezeres heeft.
Dat haar hulp ingeroepen werd om zwanger te raken en bij bevallingen kunnen we opmaken uit de Lied Edda en de Völsungen saga. Een van de heldenliederen verhaalt over een vrouw in barensnood voor wie de hulp van Frigga en Freya ingeroepen wordt: 'Zo mogen u helpen heilige goden, Frig en Freya...'
(Oddrúnargrátr 9, vertaling Jan de Vries). Aan het begin van de Völsungen saga wordt verteld dat Rerir en zijn vrouw de goden om een kind vroegen. Frigga hoorde hun smeekbede en vroeg Odin om een oplossing. De laatste stuurde een van zijn walkuren met een appel naar Rerir. Deze gaf de appel aan zijn vrouw te eten en korte tijd later raakte zij zwanger.6
SPINNEN EN WEVEN
Mythologie, sagen en volksgebruiken schetsen ons een beeld van het belang van spinnen en weven voor Germaanse volkeren. Van meerdere godinnen is bekend dat spinnen en weven tot hun vaardigheden behoorden en dat zij ook als beschermvrouwe hiervoor gezien werden. Ik noem hier naast Frigga ook Berchta/Perchte en Vrouw Holle/Holda, beide in Duitsland bekend en de laatst genoemde ook in Nederland.7
Het is Vrouw Holle die het vlas aan de mensen gaf en hen leerde spinnen en weven. In veel van de sagen waar Vrouw Holle in voorkomt, beloont zij vrouwen voor hun moed en doorzettingsvermogen met een klosje vlas dat nooit op raakt en van een schitterende kwaliteit is.
Uit volksgebruiken zijn tal van voorbeelden bekend van bepaalde dagen waarop handelingen die te maken hebben met spinnen of weven niet uitgevoerd mogen worden. Jan de Vries noemt het Oudnoorse gebruik dat een draad niet op vrijdag doorgeknipt mag worden omdat dit ongunstig zou zijn voor het weven.8 H.R. Ellis Davidson vertelt over het gebruik in Blekinge de spintol op donderdag te laten rusten omdat Frigga op die dag klaar was met spinnen.9 In Mecklenburg vermeed men op woensdag (Wodans dag) als het even kon het werken met vlas, omdat men die dag het risico liep dat Sleipnir het werk vertrapte.10
De spinstok of spintol is het symbool van Frigga zoals de hamer voor Donar en de speer voor Wodan. De Zweedse naam voor de Gordel van Orion is Friggerock dat 'Frigg's Spintol' (of 'Spinrok') betekent. Volgens de schrijvers van hoofdstuk XIII uit Our Troth (Frija and Other Goddesses, blz. 120) is via deze weg aan te tonen dat spinnen tot de belangrijkste taken van Frigga behoorde en zij zien spinnen en weven als haar magie. Zij vergelijken de spinstok van vrouwen met het zwaard van mannen.
Bij dit onderwerp kunnen ook de Drie Nornen niet ongenoemd blijven. Zij zijn het immers die het lot weven. Ik heb ooit ergens gelezen dat Frigga het ruwe materiaal spint waarmee de Nornen weven. Zo komen we ook via spinnen en weven bij het thema Frigga en het lot, maar daarover later meer.
FENSALIR
In de Proza Edda van Snorri wordt de hal van Frigga een aantal keer vermeld: 'zij heeft een luisterrijke woonplaats. Fensalir genaamd' (Gylfaginning 34-5); Loki bezoekt Frigga in Fensalir (Gylfaginning 49) en zij wordt de koningin van Fensalir genoemd (Skáldskaparmál 18-22). Ook in de Lied Edda, Völuspá 27, wordt Frigga's hal genoemd: '... in de Fenzalen...'.
Fensalir betekent 'moerashallen'. Moerassen waren veelal in gebruik als offerplaatsen. Sommige menen uit de naam 'Fensalir' te kunnen opmaken dat Frigga een van de godinnen is die vereerd werden bij drassige gronden en moerassen. H.R. Ellis Davidson vermeldt in haar boek Lost Beliefs of Northern Europe (blz. 117) vondsten van vlas, gereedschappen om vlas te bewerken, lokken haar, gouden ringen en vrouwensieraden in offerplaatsen in Scandinavië van voor het Vikingtijdperk.
LIST EN BEDROG
In een artikel over Frigga mag zeker haar echtgenoot niet ontbreken namelijk: Wodan (Odin). Een heerschap met wie het huwelijksleven ongetwijfeld met enige regelmaat stormachtig genoemd mag worden. De echtelieden Frigga en Wodan zijn het dan ook niet altijd met elkaar eens. Dit blijkt onder andere uit de inleiding van de Grímnismál (Lied Edda11) waarin de mythe van de twist tussen Frigga en Odin verteld wordt en uit het verhaal van de Langobarden. Het laatst genoemde verhaal is terug te vinden in het anonieme Origo gentis Langobardorum ('oorsprong van het volk der Langobarden' geschreven aan het einde van de 7e eeuw en in Historia Langobadorum ('geschiedenis van de Langobarden') van Paul de Diaken (laat 8e, begin 9e eeuw).
In beide vertellingen verzint Frigga een list. In het eerst genoemde verhaal om een weddenschap te winnen. In het verhaal van de Langobarden zorgt ze ervoor dat Wodan de overwinning schenkt aan de Langobarden in plaats van aan de Vandalen. Is het Frigga kwalijk te nemen Wodan eens een hak te zetten? Er zijn immers vele verhalen bekend waarin Wodan het niet zo nauw neemt met de echtelijke trouw. Toch wordt beweerd dat hij ook niet altijd de enige voor haar geweest is.
'Zwijg toch, Frig, gij Fjorgyns dochter, op mannenliefde belust; vrouwe van Widrir, hebt gij Wili en We beiden aan uw borst geklemd' (Lokasenna 26). Deze opmerking van Loki wordt duidelijk in het volgende stukje tekst uit de Yglinga saga 3 van Snorri:
'Odin had twee broers, de ene werd We genoemd, de ander Wili, en zij regeerden zijn koninkrijk tijdens zijn afwezigheid. Eens gebeurde het, toen Odin zeer ver weg was en zo lang weg bleef dat de bewoners van Asgard twijfelden of hij ooit nog wel naar huis terug zou keren, dat zijn twee broers het op zich namen zijn landgoed te verdelen, maar zij namen beide zijn vrouw Frigga voor zichzelf. Kort daarna keerde Odin terug en eiste zijn vrouw weer voor zich op.'12
Overspel van Frigga is ook terug te vinden in Gesta Danorum van Saxo Grammaticus. Saxo vertelt dat Frigga uit jaloezie tot twee keer toe een gouden beeltenis van Odin vernietigt. De tweede keer door toedoen van een bediende aan wie zij haar gunsten geschonken had. Overweldigd door schaamte na deze gebeurtenissen gaat Odin vrijwillig in ballingschap.13
DE DOOD VAN BALDER
Frigga en Wodan hebben samen een zoon: Balder. In het lied 'de droom van Balder' (Baldrs draumar) te vinden in de Lied Edda wordt verhaald hoe Balder zijn eigen dood voorziet. In de Proza Edda valt te lezen hoe Frigga hier op reageert en tracht zijn dood te voorkomen.14
Balder had dromen over zijn eigen dood. Als Frigga dit verneemt, vraagt zij aan alles en iedereen een eed af te leggen haar zoon geen kwaad te berokkenen. Het is Loki die erachter komt dat ze één klein plantje heeft overgeslagen. En dat wordt het dodelijke wapen waar Balder door sterft. Ook na zijn dood blijft Frigga zich in zetten voor haar zoon. Zij is het immers die op het idee komt iemand naar Hella te sturen met het verzoek Balder terug te laten gaan naar Asgard.
Wat kan de mythe over de dood van Balder ons over Frigga vertellen? Jan de Vries trekt uit bovenstaand verhaal de conclusie dat Frigga een beschermster van het leven is.15 Terwijl Kveldulf Gundarsson hier de beschermende kracht van moederschap ziet.16
FRIGGA WEET, MAAR FRIGGA ZWIJGT
In zowel de Lied als de Proza Edda wordt een aantal keer melding gemaakt van het feit dat Frigga het lot weet: Gylfaginning 19-20: "... Frigga is zijn vrouw en weet het lot der mensen doch zij voorspelt niet" en pal daar achteraan zegt Odin tegen Loki: "Gek ben jij Loki en niet goed wijs; waarom wil je niet stil zijn Loki? Frigg weet het lot naar ik geloof, alhoewel ze er zelf niet over zal spreken." In Lokasenna 29 is het Freya die over Frigga zegt: "... maar Frigg weet wel, welk lot u wacht, al zegt zij het zelf ook niet."
Dit lezende gaan mijn gedachten naar een natuurwet die ik jaren geleden al geleerd heb: de wet van niet inmengen. Dit houdt in dat we niet zomaar in het leven van anderen mogen ingrijpen. Ondanks het feit dat Frigga het lot weet en ongetwijfeld de wet van niet inmengen kent, doet zij toch een poging in het lot van haar zoon Balder in te grijpen. Het gevolg hiervan is dat zij zijn dood juist bespoedigt.
Deze mythe van de dood van Balder blijft voor mij moeilijk te doorgronden. Ik meen uit de vertelling te mogen afleiden dat Balder toch gestorven zou zijn en zijn verblijf in Hel hoop voor de toekomst geeft. Hij kan hierdoor immers terugkeren na de Ragnarok. Dit alles overdenkend, schieten tal van vragen door mijn hoofd. Is het dan zo erg dat Frigga zijn dood bespoedigd heeft? Wat zou er gebeurd zijn als Frigga geen poging tot ingrijpen had gedaan? Hoe zit het hier met de wet van niet inmengen? We hebben hoe dan ook invloed op elkaars leven, maar waar ligt de grens tussen invloed en ingrijpen? Het zoeken naar een antwoord op deze vragen zal mij nog regelmatig blijven bezighouden.