Frey © Solar Korenwolf 2000
 
ASATRU
GODEN
Inheems
Nehelennia
Loki
Frigga
Frey
Heimdal
De Nornen
Tyr
Sif
VOOROUDERS
LANDGEESTEN
REUZEN
JAARFEESTEN
HEIDENSE HOOGTIJDAGEN
SEIDH
RUNEN
BOEKENLIJST
Nu geen tijden meer van zware stormen, donder en bliksem. Het is voorjaar en als de weerman van SBS 9 geen roet in het eten gooit, kunnen we rekenen op zwoel weer, zachte briesjes en verfrissende buitjes. Het is lente, de gewassen op het land ontkiemen en straks wuift het graan weer op de velden.
Een goede oogst betekent voorspoed. Het was voor onze voorouders dan ook geraden de hiervoor verantwoordelijke god te vriend te houden. Ook in het moderne leven, waarin we toch nog steeds moeten zorgen voor brood op de plank, kunnen we niet om deze god heen.

Frey, is die god van voorspoed en vruchtbaarheid. We komen hem het hele jaar door bij de jaarfeesten tegen, onder andere met Ostara, Midzomer, Oogstfeest en Joel. Hij doet de naam Jaargod dan ook alle eer aan. Daar oorlog funest is voor het land (en zeker voor de, vooral vroeger, agrarische bevolking) is het geen wonder dat juist Frey ook de god van de vrede is. Zo zeer gaat vrede hem aan het hart, dat hij het zeker niet nalaat hiervoor fel te strijden.

FAMILIEBANDEN
Frey behoort tot de Wanen. Hij is de zoon van de god Njord van Nóatun en de godin Nerthus, en hij heeft een tweelingzuster Freya genaamd. Het Oudnoorse  freyr en het OHD woord *frô betekenen beide 'heer'1. Ook de uitspraak van beide woorden komt sterk overeen. Voor mij aanleiding genoeg er vanuit te gaan dat de Duitse *Frô en de Noorse Frey een en dezelfde zijn. Andere namen voor Frey zijn onder andere Fro Ing, Ing, Ingunar Freyr en Yngyfreyr.

Bewijs voor een levendige verering van Frey kan dit echter nog niet genoemd worden.
Hoewel Frey een Waan is, leeft hij temidden van de Asen. Na een lange strijd tussen de Asen en Wanen, die voor geen van beide partijen in een overwinning kon eindigen is uiteindelijk vrede gesloten. Tussen de twee godengeslachten werden enkele goden als teken van goede wil uitgewisseld, ook vader Njord en zus Freya gingen mee naar Asgard.
Onder de goden is Frey zeker geliefd. En zelfs van Loki heeft hij volgens de overleveringen weinig plagerij te duchten gehad. Hoewel Loki in de Lokasenna eventjes fijntjes weet te vermelden, dat Frey en zijn zuster samen in bed betrapt werden. Iets wat voor de Asen schijnbaar vreemd was, maar voor de Wanen niet. Diverse bronnen vermelden namelijk dat Nerthus en Njord ook broer en zus waren.
De tweeling probeert zich netjes te gedragen temidden van de Asen. Als ze door de goden betrapt worden laat Freya dan ook van schrik een scheet, aldus Loki (Lokasenna 32).

GERD
Als Frey op een dag heeft plaatsgenomen op Hlidskjalf, ziet hij de reuzen-meid Gerd. Hij is op slag verliefd en het feit dat het een welhaast onmogelijke liefde is, heeft zo z'n weerslag op zijn humeur en de andere goden merken dat duidelijk. Skadi vraagt Skirnir, de knecht van Frey, uit te vissen wat er aan de hand is. Frey zendt Skirnir erop uit om de hand van Gerd te vragen.
Om deze onderneming kans van slagen te geven krijgt Skirnir het paard en zwaard van Frey mee. Na een tocht door een vlammenwal die het huis van Gerd omgeeft, wordt Skirnir bij haar ontboden. Hij biedt haar geschenken aan, een gouden toekomst, maar niets helpt. Dan begint Skirnir te dreigen met allerlei verschrikkelijke vervloekingen. Gerd wordt bang en stemt uiteindelijk toe naar Frey te komen (Skirnismál).

BEZITTINGEN
Als eerste bezit van Frey kan Alfheim worden vermeld. Er wordt verteld dat Frey Alfheim kreeg als tandgeld (Grímnismál 5). Hij kreeg het dus voor zijn eerste uitgevallen melktand. Dit doet sterk denken aan de tijd dat wij als kinderen, door de elven verblijd werden met een kwartje voor elk melktandje dat wij onder ons kussen legden. Een van de titels van Frey is daarom 'Heerser over Alfheim'. De bewoners van Alfheim, de alvar (elven), kunnen we omschrijven als de voorouders. Deze voorouders, bijgezet in grafheuvels, bezorgen Frey ook de titel 'Heer der Grafheuvels'. In de, in de toekomst onvermijdelijke, begrafenisrituelen voor asatruers zal Frey ook een belangrijke rol kunnen spelen.

SKIDBLADNIR
Er wordt op diverse manieren verhaald over de goden, hun bezittingen en bijbehorende anekdotes. Loki denkt een onwijze grap uit te halen met Sif, de vrouw van Donar (Skáldskaparmál en Gylfaginning).
Hij snijdt namelijk haar prachtige haar af. Donar die een heel ander gevoel voor humor heeft dringt er duidelijk bij Loki op aan dit weer helemaal goed te maken. Loki, onder indruk van Donar's overredingskracht en niet minder bang voor verdere gevolgen, vertrekt naar de dwergen, die bekend staan als de beste smeden.
De zonen van Ivaldi maken, op Loki's verzoek, prachtig gouden haar voor Sif, de speer Gungnir voor Wodan en een boot, genaamd Skidbladnir voor Frey.
Skidbladnir is zo groot dat het alle Asen en hun wapens en uitrusting kan bevatten. Zodra het schip de zeilen bolt heeft het gunstige wind. Indien het niet gebruikt wordt, kan het worden opgevouwen zodat het in een zak past (Gylfaginning).

GULLINBURSTI
Na het bezoek aan Ivaldi's zonen, brengt Loki nog een bezoekje aan twee kleine zelfstandigen, de dwergen Brokk en Eitri. Hij gaat een weddenschap met ze aan, dat ze geen werkstukken kunnen maken die mooier zijn dan hetgeen Ivaldi's zonen hebben gemaakt. Brokk en Eitri gaan de uitdaging natuurlijk aan. Maar Loki zal Loki niet zijn als hij niet op zijn geheel eigen manier zou proberen het werk te dwarsbomen. Hij verandert zichzelf in een steekvlieg. Bij de eerste en tweede poging de dwergen een fout te laten maken faalt hij. Hij steekt niet hard genoeg. Het eerste, en dus perfecte, product is het zwijn Gullinbursti ('goud-borstel') en het tweede product is de ring Draupnir. Bij het derde brokje vernuft lukt het Loki het werk even te belemmeren door zo hard te prikken, dat Brokk even de blaasbalg loslaat, met als gevolg een hamer met een nogal korte steel..... Mjöllnir.
Brokk gaat met Loki mee naar Gladsheim, stellig van plan het hoofd van Loki te eisen. Nadat Loki de werkstukken van Ivaldi's zonen aan Wodan, Sif en Frey heeft gegeven, draagt Brokk zijn kunstwerken over: de ring Draupnir aan Wodan, de hamer Mjöllnir aan Donar en het zwijn aan Frey.

'En Frey gaf hann göltinn og sagđi ađ hann mátti renna loft og lög nótt og dag meira en hver hestur,
Og aldrei varđ svo myrkt af nótt eđa í myrkheimum ađ eigi vćri ćriđ ljóst ţar er hann fór.
' (Skáldskaparmál XLIII)

Persoonlijke vrije vertaling van voorgaande:
'Aan Frey gaf hij het zwijn en zei hem dat het dag en nacht door de hemel en zee kon gaan, sneller dan welk paard ook. En waar het (zwijn) ook ging, nooit zou het zo donker zijn als de nacht in duistere werelden die niet licht genoeg waren.'

Natuurlijk weet Loki zijn hoofd weer op het nippertje te redden.

In Östergötland in Zweden komen al rotsinkervingen uit de bronstijd voor waarop een man, met zwaard en erectie op een zwijn rijdt. In onze streken is Frey op het zwijn zeker bekend geweest. In Overijssel spraken de boeren over Derk op den Beer, die op de avond voor Kerst over de akkers raasde en al het koren dat nog niet geoogst was vernietigde.2

ZWAARD
Frey bezat een zwaard, een vlammend zwaard dat uit zichzelf kon vechten. Eigenaardig genoeg is niet overgeleverd waar dit zwaard vandaan kwam. Het zou me niets verbazen als Frey dit zwaard al in bezit had, toen de Asen en Wanen elkaar bevochten.
Evenmin is bij mijn weten de naam van dit zwaard overgeleverd. Zeker moet het een naam hebben gehad. Elk wapen had immers een naam. Denk maar aan Gungnir de speer van Wodan, of Gram het zwaard van Sigurd.

In de Lokasenna wordt door Loki aangestipt dat Frey het zwaard is kwijtgeraakt doordat hij het aan zijn helper Skirnir uitleende toen deze de tocht naar Gerd ondernam voor zijn meester om haar hand te vragen. Hoe dit echter in zijn werk ging wordt niet verteld. Gaf hij het zwaard als geschenk? Heeft hij het neergelegd toen hij zijn toverstaf ter hand nam om de voornoemde bedreigingen uit te spreken?

Zonder zijn zwaard verslaat hij de reus Beli. Daarbij gebruikt hij een gewei, hoewel hij sterk genoeg is om Beli met zijn vuisten aan te kunnen. Aan deze gebeurtenis dankt hij de naam Bani Belja. Deze naam wordt door Jan de Vries gewoon vertaald als Frey en door Marcel Otten als 'de doder van Grommer' (Beli = Grommer; bellen in het Duits is 'blaffen').3

Frey zal tijdens de Ragnarok ook zonder zwaard tegen de reus Surt moeten vechten en zal sterven. Surt is dan in het bezit van het zwaard.
Het lijkt er op dat van deze geschiedenis het grootste deel zoek is. Hoe kwam Frey aan dat zwaard? Beli is de broer van Gerd. Was de strijd tussen Beli toevallig in dezelfde periode dat Frey het zwaard uitleende aan zijn helper Skirnir? Hoe wist Beli dit? Ik kan slechts gissen en dat ga ik hier doen ook.
Surt is heerser over Muspelheim. Het vuur van Muspelheim heeft een belangrijke rol gespeeld in de kosmologische wordingsgeschiedenis, gesymboliseerd door de rune Fehu als scheppende kracht.
Datzelfde vuur heeft ook een vernietigende kant. Met andere woorden hetgeen gegeven wordt dankzij de scheppende kracht van dit vuur, kan door hetzelfde vuur genomen worden.
Frey, bij wie de Fehu-rune zeker ook van toepassing is, is behalve vruchtbaar-heidsgod (scheppend) ook heer van de grafheuvels, heerser over Alfheim. Weer die zelfde twee uitersten. In het vlammende zwaard zien we volgens mij het vuur van Muspelheim weer terug. Diverse bronnen vermelden dat het zwaard weerstand kon bieden tegen de vuurreus Surt.

De radertjes in mijn brein beginnen nu op volle toeren te draaien. Zou het vlammenzwaard uit Muspelheim afkomstig kunnen zijn? Laten we deze gedachtengang hier eens verder uitwerken. Het zou dan zelfs in het bezit van Surt geweest kunnen zijn. Dat zou betekenen dat Surt het zwaard maar al te goed kent en wist dat, zolang het zwaard in handen van Frey was, een strijd met Frey een onmogelijke strijd zou zijn.
Hoe Frey aan dit zwaard kwam is voor mij ook uiterst speculatief natuurlijk. Maar hij kan het bemachtigd hebben bij wijze van proef. Met een beetje fantasie kun je dan wel een vergelijk maken met het stelen van het vuur bij de primitieve volken uit de steentijd. Vuur was van essentieel belang voor een stam en als zodanig goed bewaakt. Alleen een held zou er in slagen vuur uit de haard van een andere stam te bemachtigen!!!
Indien Frey op deze wijze aan dit zwaard kwam ligt er voor mijn gevoel ook een verwijzing in naar de overgang van de voorziening in primaire levens-behoeften door jagers/verzamelaars uit de steentijd naar de agrarische cultuur die in de bronstijd gestalte kreeg. Door deze handeling zou Frey mogelijk de status van vruchtbaarheidsgod verworven kunnen hebben.
Het verdwijnen van het zwaard zal Surt dwars gezeten hebben en hij wil dit zeker terug. Hoe kwam Surt er achter dat Skirnir tijdelijk in het bezit van dit wonderzwaard kwam? Heeft hij informatie uit Asgard gekregen? Dit riekt naar een complot.

Er worden wel vaker voorwerpen uit Asgard vermist. Hoofdpersoon in veel van deze verdwijningen is vaak Loki. Loki is een verwant van Surt. Zou hij met de vermissing van dit zwaard ook iets van doen gehad hebben?
Maar als Loki hier een vinger in de pap had, dan was er een reden voor. Zou Frey teveel op de kracht van het zwaard hebben vertrouwd? En moest hij dit zwaard wel verliezen om te merken dat hij ook zonder dit attribuut machtig genoeg was. Overtrad hij een regel door het zwaard aan een ander uit te lenen?

Nogmaals het zijn slechts overdenkingen, maar juist dat is erg grappig om je mee bezig te houden in ons mooie Asatru waar het overgrote deel van de overleveringen helaas niet is overgeleverd.

ENIGE HISTORISCHE GEGEVENS
Jan de Vries vermeldt in zijn Altgermanische Religionsgeschichte vele plaats-namen in de omgeving van Östergötland, in Zweden, die verbonden zijn met Frey. Uit de Vikingtijd is een zilveren beeldje van Frey bekend. Hier heeft hij ook weer een bepaald niet lullige erectie, een helm en een baardje. Het werd vermoedelijk gedragen in een buideltje aan de riem.
De Zweden waren gek op Frey en hij staat vooral  bekend als 'Zweden-god'. Een band met de Zweedse koningen van de Yngling-familie waarvan Frey de stamvader zou zijn mag beslist niet onvermeld blijven. Maar ook IJslandse saga's vermelden veel aan Frey gewijde personen. Het is echter de moeite waard om daar in een later artikel op terug te komen.

OSTARA
In de maand maart vieren we weer Ostara. Behalve de godin Ostara zelf is ook Frey een van de godheden die we bij de rituelen aanroepen. We kunnen vragen om een goede oogst, maar aangezien slechts een enkeling nog werk-zaam is in de landbouw is het helemaal geen gek idee om te vragen voor een lekkere zomer, een fijn seizoen voor de stacaravan, optimale benutting van het schuifdak in de auto of hulp bij komende activiteiten. Frey roep je aan in het westen. Runen die bij Frey passen zijn Fehu, Inguz, Jera, Ewhaz, Ansuz.4

  1. Vermoedelijk is ook de plaatsnaam Vroonloo afkomstig van het woord *frô. <terug>
  2. Overijsselsch Sagenboek, J.R.W. Sinninghe<terug>
  3. Beide genoemde personen hebben een vertaling van de Lied Edda op hun naam staan.<terug>
  4. Northern Mysteries & Magick, Freya Aswynn<terug>

Bronnen:

  • Snorra Edda - bewerkt door Heimir Palsson
    Mál og Mennig, Reykjavík, IJsland 1992
  • Norse Myths, Gods of the Vikings - Kevin Crossley Holland
    Penguin Books, Londen, Engeland 1993
  • Edda - Snorri Sturluson, vertaling van Anthony Faulkes
    Everyman, Londen, Engeland 1997
  • Edda - vertaling Jan de Vries
    Ankh-Hermes bv, Deventer negende druk 1994
  • Edda - vertaling Marcel Otten
    Ambo, Baarn 1994
  • Altgermanische Religionsgeschichte - Jan de Vries
    Walter de Gruyter & Co., Berlijn, Duitsland 1957
  • Dictionary of Northern Mythology - Rudolf Simek
    D.S. Brewer, Cambridge, Engeland 1996
  • Northern Mysteries & Magick - Freya Aswynn
    Llewellyn Publications, St. Paul, Minnesota, U.S.A. 1998
  • Overijsselsch Sagenboek - J.R.W. Sinninghe
    Thieme, Zutphen 1936

uit: Kwartaaltijdschrift 'Balder', Ostara 2000, nummer 11

This site maintained by: Draak         All site content © Het Rad
Site last updated on: